Westerbork

Herinneringscentrum Kamp Westerbork, mei 2014 (foto: Ankie Lok)

Onlangs zag ik hoe een vrouw onderuit werd gefietst. Een tegenligger wilde om een vrachtwagen van DHL heen, die weifelend schommelde voor de ingang van de Hermitage. De mevrouw die voor mij fietste reed haar voorwiel in het achterwiel van de tegenligger en viel opzij. Ze kwam op de stoep terecht, probeerde overeind te komen maar ging weer liggen, verdwaasd, berustend. Ze mompelde iets, dat we haar maar even moesten laten liggen. De gordijnen die uit haar fietskratje waren gevallen kwamen van pas als een zacht kleedje.

Achter de vrachtwagen was een auto gestopt; een man in een witte overall met verfvlekken stapte uit. Hij verleende hulp aan de vrouw en vroeg of ze haar benen kon bewegen.
‘Wat een mensen allemaal ineens,’ stamelde de vrouw.
‘Goed hè!’ antwoordde de schilder. ‘Dat zouden ze met die vluchtelingen moeten doen.’

De onthande mens

Ze. De schilder werd met zijn uitspraak een icoon van de onthande mens. Er is geen ‘we’, alleen een ‘ik’ en een ‘ze’. Het ik maakt zich druk om alles waar een ‘i’ voor staat, zoals iPhone en iAmsterdam. Het ze moet problemen oplossen die de pet van het ik te boven gaan, zoals gezondheidszorg, onderwijs en asielzoekers. Het ik lijkt alleen macht te kunnen verwerven over de koers van het ze door te gaan stemmen, en dan nog ziet het zijn invloed nauwelijks terug. Ondertussen wordt het we deerlijk gemist. Het wordt nu en dan kunstmatig opgeroepen, in dienst van afgeronde gebeurtenissen, bijvoorbeeld bij herdenkingen. Het heeft dan al snel iets weg van effervescence collective, zoals ik eerder betoogde over de publieke rouw na MH17.

Wanneer de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht gaat het vaak over de vraag wat de gewone burger wist van de concentratiekampen en de Endlösung. De uitspraak Wir haben es nicht gewusst werd een icoon van huichelarij en van de andere kant op kijken. We zien iets, vermoeden het, weten ervan, maar het zal ons eigenlijk worst wezen en we zullen er zeker niet ons handelen naar aanpassen. Het equivalent in de minder verhullende taal van de internetgeneratie: no fucks were given.

Fluitende vogels

Gisteravond keek ik naar de documentaire De razzia van Putten: de weg naar verzoening. Een geïnterviewde verbaasde zich over de schoonheid van de plek waar concentratiekamp Neuengamme had gestaan. Fluitende vogels, uitlopende bomen. Vorig jaar in mei bezocht ik Westerbork; daar bloeiden paarse lupinen en riep de koekoek. Soortgelijke natuurervaringen kan iedereen opdoen die recent nog een vakantie heeft geboekt naar de Middellandse Zee, met dat verschil dat het daar niet om een afgeronde gebeurtenis uit het verleden gaat.

De Duitse bevolking dacht bij politieke en maatschappelijke kwesties waarschijnlijk ook in een ze. Het lijkt me niet onvoorstelbaar dat het lot van de jood voor de gemiddelde Duitser ongeveer een betekenis had zoals nu dat van de Afrikaanse bootvluchteling voor de gemiddelde West-Europeaan.

Mijn voorstel daarom: laten we Wir haben es nicht gewusst herformuleren naar deze tijd – And not a single fuck was given that day. Dat zou accurater en eerlijker zijn, ook wanneer het herdenken weer voorbij is en we ons met de schuld van vandaag moeten bezighouden.

Lees meer artikelen bij 4 en 5 mei
Bekijk het complete overzicht >>