Nieuwsbericht over de veroordeling van Oskar Gröning op de website van De Morgen, 15 juli 2015

Nieuwsbericht over de veroordeling van Oskar Gröning op de website van De Morgen, 15 juli 2015

Al enige jaren circuleren er boektitels waarin beroepen en concentratiekampen of ghetto’s een soort schipper-mag-ik-overvaren spelen. El violí d’Auschwitz van de Catalaanse auteur Maria Àngels Anglada bijvoorbeeld, in het Nederlands vertaald als De vioolbouwer van Auschwitz.

Van Caroline Stoessinger verscheen in 2012 A Century of Wisdom: Lessons from the Life of Alice Herz-Sommer, the World’s Oldest Living Holocaust Survivor. De overtreffende trap doet het altijd goed. In het Nederlands werd dit boek vertaald als, daar zijn het beroep en het kamp weer, De pianiste van Theresienstadt, met de archaïsch-onnozele ondertitel ’s Werelds oudste holocaustoverlevende vertelt.

Eva Weaver schreef twee jaar geleden The Puppet Boy of Warsaw, dat in Nederland verscheen als De poppenspeler van Warschau. Aangrijpende roman over heldenmoed en de verschrikkingen van de oorlog. De ondertitel druipt van schaamteloze romantiek, die vooral een vrouwelijk lezerspubliek lijkt te willen aanspreken.

Expeditie Derde Rijk

De boekomslagen zijn stereotype collages: blauw-wit gestreepte stof, kinderen met grote, onschuldige ogen, oude zwart-witfoto’s. Wat is hier nog echt? Waar zijn de non-fictionele elementen gebleven in deze historische softporno, zoals een collega het genre noemt?

Grotesk is overigens de promotietekst van Prisoner B-3087 van Alan Gratz, gebaseerd op een waargebeurd verhaal: Survive. At any cost. 10 concentration camps. 10 different places where you are starved, tortured, and worked mercilessly. It’s something no one could imagine surviving. But it is what Yanek Gruener has to face. Het klinkt als de voice-over in de filmtrailer van een thriller, of de tv-promo van een nieuwe serie Expeditie Robinson. Expeditie Derde Rijk. In het Nederlands gaat het er in de titel al niet veel subtieler aan toe: De jongen die tien concentratiekampen overleefde. In een hijgerige race worden alle ingrediënten uitgeplozen en opgeblazen, op het smakeloze af.

Ook administrateurs moeten zich verantwoorden

Vorige week werd Oskar Gröning veroordeeld tot vier jaar cel wegens zijn werk als SS-Unterscharführer in Auschwitz. Tijdens het proces werd hij bekender onder zijn bijnaam: ‘de boekhouder van Auschwitz’. In het nieuws over zijn veroordeling volstonden sommige media in de kop boven het artikel met deze bijnaam.

Voordat hij naar Auschwitz kwam was Gröning salarisadministrateur bij de SS. In Auschwitz werd hij boekhouder. Hoeveel boekhouders waren er in Auschwitz? Gröning was een van hen. Een klerk. Het predicaat ‘de boekhouder van Auschwitz’ verheft Gröning uit zijn bureaubaan. Dat is prima; ook klerken zullen zich moeten verantwoorden voor hun daden. Maar ‘de boekhouder’ wekt de valse suggestie dat Gröning het opperhoofd was. Oskar Gröning als administratieve evenknie van Josef Mengele, als Engel van de Papierwinkel, van de Rekensom. Als een sadist met eindverantwoordelijkheid voor al het menselijke leed dat zich er heeft voltrokken.

Race tegen de klok

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft de Duitse justitie, zelf vergeven van ex-nazi’s, niet bepaald haar best gedaan om nazimisdadigers op te sporen en te vervolgen. Twee maanden geleden was over die periode Im Labyrinth des Schweigens van Giulio Ricciarelli in de bioscopen te zien. Ook in andere landen verlamden andere belangen nu en dan de justitiële slagkracht. Inmiddels zijn de tijden veranderd, zijn de ambtenaren van een nieuwe generatie en is de druk hoog om te handelen nu het nog kan. In die race tegen de klok en voor de publieke opinie is een sterk verhaal nodig.

In het commentaar van 20 juli noemde dagblad Trouw de veroordeling van Gröning een ‘krachtig signaal naar ontkenners van de holocaust’, en impliceerde daarmee het symbolische karakter van het proces. Dat we holocaustontkenners de les moeten lezen door te wapperen met de veroordeling van enkelingen zoals Gröning, geheel op basis van indirect bewijs en voor historische misdaden die groter zouden blijken dan zij zelf, lijkt mij niet bepaald een aanbeveling. De handelingen van een kampklerk worden tot een alomvattende daderrepresentatie opgedreven, en ondertussen wordt Gröning zelf een symbool van het geweten dat gesust wil worden.

De bijnaam van Gröning heeft een bijsmaak van verwrongen verhoudingen. Met ‘de boekhouder van Auschwitz’ verkoopt het naoorlogse geweten zichzelf een marketingpraatje. Het is te hopen dat een boek dat misschien nog wel over Gröning en zijn proces zal worden samengesteld een andere titel zal krijgen.