Het slot van een tweeluik over Krakau: Roman Vishniac fotografeerde kort voor de Holocaust het joodse leven in Oost-Europa. Het boek dat met die foto’s werd samengesteld heeft een barmhartige titel.

Foto van Roman Vishniac: mannen verkopen oude kleding, Kazimierz, Krakau, Polen, 1935-1938.

Foto van Roman Vishniac: mannen verkopen oude kleding, Kazimierz, Krakau, Polen, 1935-1938.

‘I was born as a Jew in czarist Russia – the lowest caste, unprotected, exposed to defamation and persecution’ (Ik werd geboren als jood in tsaristisch Rusland – de laagste kaste, onbeschermd, blootgesteld aan laster en vervolging). Zo luidt de eerste zin uit een brief van fotograaf Roman Vishniac aan de Amerikaanse president Roosevelt.

Vishniac had in de jaren dertig de leefomstandigheden van de joodse gemeenschap in Oost-Europa vastgelegd. Zijn foto’s getuigen van een wereld van hoeden en pijpenkrullen, van klaslokalen en marktpleinen, van bedelaars en studenten, van voorbereidingen voor de sabbat, van grote gezinnen in kleine behuizingen, van bedompte kelders, van modder en stof, van droge akkers en besneeuwde straten. De foto’s meanderen door het Oosten – Polen, Tsjechoslowakije, Letland, Oekraïne – en door steden en getto’s – Warschau, Lublin, Vilnius. Krakau, Kazimierz.

Verjaardagscadeautje

Vishniac schreef de brief aan Roosevelt een dag voor diens zestigste verjaardag, op 29 januari 1942. Vishniac woonde met zijn gezin net een jaar in Amerika. Hij grijpt de verjaardag aan om een beroep te doen op Roosevelt. Subtiel, dat wel. Vishniac zet de kracht van beeld handig in: als cadeautje stuurt hij de president vijf foto’s die hij had gemaakt ‘in the countries of misery, horror, and suffering’ (in de landen van ellende, verschrikking, en lijden).

Wanneer de Amerikaanse president zijn zestigste verjaardag viert is er ook aan de overkant van de oceaan zojuist iets beklonken: de Endlösung der Judenfrage. Dit was het agendapunt van de Wannseeconferentie, waar kopstukken van het Derde Rijk bijeenkwamen om de onderlinge samenwerking af te spreken. Binnen een paar uur was het lot van de Europese joden bezegeld. We schrijven 20 januari 1942.

Opgejaagd werden ze al, vervolgd en verdreven. Bij elkaar gestopt in getto’s en werkkampen in het Oosten, vermoord door de Einsatzgruppen. Maar het einde, het grootschalige einde, moest toen nog beginnen. Auschwitz was net uitgebreid met Birkenau, in de herfst van 1941. Na Wannsee werden ook andere kampen in gereedheid gebracht voor de vernietiging: Belzec, Sobibor, Treblinka, Majdanek. De wagens van Chelmno. De Bahnrampe, de treinrails in Birkenau die tot in het kamp werden gelegd voor de deportatie van de Hongaarse joden.

1942, 1943, 1944.

Een gemeenschap van eeuwen opgeslokt door drie jaartallen. Toen was het gebeurd.

Barmhartig werkwoord

Veertig jaar later, in 1983, worden de foto’s van Vishniac gepubliceerd in een boek: in de Nederlandse vertaling heet het Een verdwenen wereld. Dat is een beheerste titel, zeker voor een fotograaf die enig activisme niet ontzegd kan worden. In het Engels zijn er veel woorden voor ‘verdwijnen’. Hoe klinkt het boek met deze mogelijkheden?

Van disappeared wordt het te zakelijk. Erased heeft een te politieke lading, evaporated is veel te plastisch. Faded klinkt te lijdzaam en onbeslist. Gone is dan weer veel te actief en lost wordt al snel sentimenteel. Perished flirt te gretig met een lotsbestemming, met een hemels mededogen.

Maar toen schoot de taal zelf te hulp. Het Engels is rijk aan een barmhartig werkwoord.

A vanished world.

Wat een vondst. De klank draagt bij aan de betekenis. Het korte sissen, de zachte punt. Wie zo verdwijnt doet dat snel en geruisloos. Niemand die het heeft gemerkt, en toen het werd opgemerkt was het te laat. Wat achterblijft is een nevel. Een herinnering, die meteen al begint te vervagen.

Vanish is een zinnelijk woord. Het uitspreken ervan is als proeven wat we gewaarworden: een stille leegte. Verbazing daarover, ontzetting. De stomheid waarmee we geslagen zijn. Toen Jezus ten hemel voer zouden zijn leerlingen het zo gezegd kunnen hebben. He has vanished; wij snappen er ook niets van. Is het dan allemaal een droom geweest?

De catastrofe heeft genade gevonden in de taal. En in de bewaard gebleven foto’s van Vishniac, met de vochtige straatstenen, de donkere jassen, de bebaarde gezichten.

Het was geen droom. Al moet iedereen die alleen nog maar foto’s heeft van wat er ooit was dat hardop tegen zichzelf zeggen.

Bekijk de foto’s
Het International Center of Photography (ICP) en het United States Holocaust Memorial Museum hebben een online archief van de fotografie van Roman Vishniac aangelegd.

Lees meer
In 2014 was in het Joods Historisch Museum in Amsterdam de tentoonstelling Roman Vishniac (re)discovered te zien. Ik schreef er een recensie over.

Dit was deel 2 van een tweeluik over Krakau, de stad in Polen die ik in oktober 2016 bezocht.