Winnende inzending GK-semantiekprijs 2014

Winnaar Jenda Terpstra met haar prijs, The Guns of August van Barbara Tuchman

Winnaar Jenda Terpstra met haar prijs, The Guns of August van Barbara Tuchman

inleiding op winnende stuk door jenda terpstra, auteur

2033. De strijd tussen de traditionele natiestaat en nieuwe groeperingen en individuen die een andere wereldorde bepleiten is heviger dan ooit te voren. Er wordt getornd aan de fundamenten van de wereldpolitiek: de machtsbalans tussen staten. Het is hard tegen hard, coalities worden gevormd en gebroken, retoriek wordt ingezet om het volk aan de zijde te krijgen. Wie heeft recht op erkenning? Aan wiens kant staat de moraal? En bovenal: welk hernieuwde gevoel van identiteit spreekt het volk het meeste aan? Deze vragen zijn allesbepalend in de strijd om de macht die plaatsvindt op alle politieke niveaus – zo ook lokaal, in een stad niet ver van hier.

De Koning en de Revolutionair
Een Klucht

door Jenda Terpstra

Karakters

De Koning
De Revolutionair
De Mooie Vrouw
De Meeloper
De Kok
Het volk

Bedrijf 1

Scene 1
Gordijnen open.
Het toneel is donker en leeg. Grijze nevel hangt laag bij het aanbreken van de dag. Lichtflitsen, bommen die inslaan. We horen geschreeuw, gegil. Gevolgd door ijzige stilte.
Dan beginnen de eerste vogels te fluiten.
Lichten uit.

Scene 2
Achtergrond is de belegerde stad: huizen, winkels en puin. Het volk staat er verstijfd tussen. Uit de coulissen klinkt: ‘Drie keer hoera voor de koning!’ (Het volk: hoera hoera hoera) De Koning komt op en zwaait plechtig. In zijn kielzog De Meeloper, die angstvallig naar de brokstukken kijkt.

De Koning: Onderdanen! We worden belaagd. Sinds drie dagen hebben een stel laffe honden onze stad belegerd. Zij proberen ons bang te maken en het volk tegen zijn eigen regering in opstand te laten komen. Maar ik zeg u, wij zijn één!

De Meeloper: Ja! Drie keer hoera…

De Koning: (onderbreekt hem) Wij zullen de strijd intensiveren en samen met onze coalitieleden deze criminelen degraderen, ondermijnen en uiteindelijk afslachten!

De Meeloper gebaart, het volk juicht. De Koning en De Meeloper lopen door.

De Koning (tegen De Meeloper): Alles gaat uitstekend. Het volk ligt aan mijn voeten, ze willen eenheid. Vóór de belegering waren er nog protesten. Dit beleg komt als geroepen, we sluiten de rijen. Geen gezag boven mijn gezag!

Scene 3
Voor de stadsmuren staat het kampement van De Revolutionair. De Kok roert in een pan op de kookplaats, De Revolutionair loopt nerveus rond – een fles drank in de hand die hij deelt met de kok.

De Revolutionair: Waarom duurt het zo lang! Waar blijft de grote opstand van het volk? We hebben de stad omsingeld, het volk de hand toegereikt. De natiestaat, met haar fictieve grenzen die barrières van de verbeelding zijn geworden, gaat ten onder! We zijn kinderen van de globalisering.

De Kok: (mompelt) Oh jee, daar gaan we weer.

De Revolutionair: De staat, dat uitgeholde omhulsel, dient niemand anders meer dan zijn corrupte leiders die zich schransend volproppen met de illusie van het monopolie op geweld!

De Mooie Vrouw komt ten tonele (volle boezem, losse haren). De mannen kijken haar na.

De Revolutionair: Kijk, Antoinette snapt het. We leven in een tijdperk waarin wisselende collectieven vrijheid geven.

De Mooie Vrouw: Laat je fantasie de vrije loop jongens, in dit kamp – in deze mooie wereld – kan alles.

De Revolutionair: Dat is het! Het volk wenst de vrijheid, maar ze weten het nog niet. De staat heeft hun fantasie beknot. Ze wachten op ons. Dat is het! Kom mee, wij moeten de confrontatie niet langer uit de weggaan!

Bedrijf 2 

Scene 4
De Revolutionair staat aan de poorten van de stad.

De Revolutionair: Staakt het vuren! En geef het volk de vrijheid om te kiezen of zij tot een natie willen behoren of wereldburgers willen zijn!

De Koning: (schamper lachend) Aha, de illegale rebellenleider. Ben je hier om je over te geven? Kom je voor voedsel en veiligheid?

De Meeloper lacht en gebaart het volk hetzelfde te doen.

De Koning: Een eerloze dood, dat is wat je te wachten staat! Mannen, jullie hebben de leider der uitschot gehoord! Open de poorten. Eens kijken wie deze honden gelooft. Wie wil er staatsloosheid?

De poorten gaan open. Het volk staat als verstijfd. De Koning lacht.

De Revolutionair: ‘Ze zijn bang voor represailles! Voor oorlog!’

De Koning: (schreeuwt) Oorlog, oorlog? Lapzwans! Ze zijn bang voor vrijheid! Hier is men veilig. De grondtroepen van mijn bondgenoten staan klaar. En wie zijn jouw bondgenoten? Klokkenluiders zonder inkomen? Wereldwijze bloggers die geen zonlicht kunnen verdragen? Wat zet jouw terreurnetwerk tegenover culturele eenheid, afkomst en de stem van generaties die stierven voor dit land?

De Revolutionair: U verdedigt iets dat niet van u is, uw macht is een façade. Ik daag u uit! Kom vanavond voor onderhandelingen naar mijn kamp als uw volk u zo lief is en erken mij als uw gesprekspartner! U zult wel honger hebben na drie dagen belegering.

De Koning (in zichzelf): Mijn coalitie is sterk maar de vijand is wijdverspreid. Ik kan zelfstandig geen oorlog beginnen tegen deze losgeslagen individuen. Als ik mijn bondgenoten deze terreurcellen op een presenteerblaadje geef, is de kans groot dat ze meedoen aan uitroeiing. Dit is mijn kans om het kamp van binnen te zien!

De Koning: Ik zal er zijn! Als geboren leider heb ik niets te verliezen.

Scene 5
Het is avond. Een tafel vol gerechten, muziek, ruzie tussen De Revolutionair en De Koning. De Kok doet stil zijn werk.

De Revolutionair: U bralt al na één fles over overwinning!

De Koning: Zelfs na tien flessen durft u er nog niet van te dromen!

De Mooie Vrouw danst voor de gasten.

De Revolutionair: Zie haar dansen. Kom hier en laat mij aan de vrijheid ruiken.

De Koning en De Revolutionair eten, drinken, dansen intiem met de vrouw en vergeten langzamerhand de strijd.

De Kok: (afkeurend) Vrijheid? Onzedelijke losbandigheid. En het volk? Wie geeft er echt om hen?

De Kok: Heren, geniet van het vertier. Ik houd het voor gezien. Hier staan een bijzondere fles en verse olijven. Antoinette, dit is alléén voor échte strijders. De mannen grommen van genot. Antoinette, half ontbloot, kijkt beledigd.

De Kok wil gaan.

De Meeloper snelt naar hem toe en slist zacht: Dat was een goed verhaal van jouw meester. Als het laatste uur van de koning heeft geslagen, zal men De Revolutionair kronen en dan kunnen jullie je zakken vullen. Daar zal ik persoonlijk voor zorgen, (grijnzend) in ruil voor bescherming natuurlijk.

Bedrijf 3

Scene 6
Het ochtendgloren. Stilte. De vrouw wordt wakker naast de kookplaats. Na enige tijd kijkt ze op en gilt. Naast haar liggen De Revolutionair en De Koning. Dood.

De Kok komt zijn tent uit. De Meeloper wordt even verderop wakker, ziet het tafereel, en vertrekt in allerijl.

De Mooie Vrouw: (rilt en kijkt naar de Kok) Jij! De bijzondere fles…

De Kok: (knielt bij de lichamen. Zegt dan prevelend) Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden.

De Kok: Alleen God beslist over goed en kwaad. God. De enige eenheid waar de mens van op aan kan. Nu kunnen we eindelijk rustig slapen.

EINDE

© J. Terpstra, 2015

Lees meer over de GK-semantiekprijs 2014 >>