Singlehoes van Udo Jürgens, 'Griechischer Wein' (Ariola, 1974, fragment).

Singlehoes van Udo Jürgens, ‘Griechischer Wein’ (Ariola, 1974, fragment).

De Voetnoot van Arnon Grunberg over de Apocalyps (de Volkskrant, 2 juli 2015) bracht me ertoe op YouTube vier woorden in te typen: ‘Udo Jürgens Griechischer Wein’. Geliefde S klikte op een filmpje uit 1975, waarin Jürgens zich in een rood colbert en met zachtgeföhnde coupe al dan niet playbackend door een studio begeeft. Het publiek zit er stil omheen en luistert naar profeet Jürgens.

We lieten de video zich afspelen en gingen voor het raam staan. Het liep tegen middernacht. De buitenlucht was zwaar en warm; er trok gerommel over het water en achter de huizen lichtte de hemel op. Voor mijn geestesoog voltrok zich een Weense polonaise. Achter ons zong Jürgens door de iele luidsprekers van de laptop, als een correspondent uit andere decennia.

Sommigen zeggen benieuwd te zijn naar een toekomstige Christopher Clark, die zich over slaapwandelend Europa anno 2015 zal verbazen. Ik voel meer voor een Barbara Tuchman, die in haar Guns of August niet rept van slaapwandelaars maar wel een vermakelijk en informatiedicht relaas heeft opgetekend van de eerste weken van de Eerste Wereldoorlog. Haarscherp schetst Tuchman slecht geïnformeerde en eigenwijze politici, die internationale druk en beloften voortdurend afwegen tegen eigen agenda’s en onwil.

Fonetiek en semantiek kunnen crisis illustreren

‘Griechischer Wein’: de dramatiek in het liedje van Jürgens zit in de oplopende tonen van de eerste twee woorden. Op -scher gaat de toon omhoog, waarmee de aanvankelijk zelfverzekerde lettergrepen Grie-chi- ineens in twijfel worden getrokken. Wein is vervolgens een langgerekt, doezelig hemelen, gekatapulteerd door een stemhebbende labiodentale approximant, zoals taalkundigen de letter w noemen. De tweeklank in het midden verwoordt een dwingend doch beschaafd verlangen, waarna de letter n als alveolaire nasaal er met tong, tanden en verhemelte een onheilspellend einde aan breit. In de neusklank zingt verongelijktheid na, of leedvermaak, of beide.

Jürgens laat zien dat fonetiek en semantiek een crisis kunnen illustreren. Griekse wijn vloeit hier niet in maar uit de mond. In het vervolg van de liedtekst vergelijkt hij Griekse wijn met het ‘Blut der Erde’ en adviseert hij zijn gezelschap om meer in te schenken. Dit is rijmelarij voor zowel vakantiegangers als Brusselse bloedhonden.

Op het hoesje van de single staat Jürgens aan zee, voor een ondergaande zon. We zien de zanger van terzijde, het haar op de kruin wat opwaaiend als dat van een schooljongen, en met de mond open, meer van verbazing en ongeloof dan van het zingen. Gestern war es noch Liebe, heet de B-kant. Ik voorspel dat het platenhoesje geld waard wordt. Deze Schlager is de soundtrack van de crisis.