Generaal b.d. Peter van Uhm tijdens zijn toespraak op de Dam, NOS, 4 mei 2013

Generaal b.d. Peter van Uhm tijdens zijn toespraak op de Dam, NOS, 4 mei 2013

Ik sluit niet uit dat mijn herinneringen aan 4 en 5 mei en Koninginnedag wat door elkaar zijn gaan lopen. Toen ik op de basisschool zat bezocht onze klas op 4 mei de zeven graven van de bemanning van een bij ons dorp neergehaalde Britse bommenwerper. In groep 8 legden we een krans bij het dorpsmonument; mij viel de eer te beurt om samen met een klasgenootje de krans te dragen. Op Bevrijdingsdag werd er gevlagd en, meen ik, hield de burgemeester een toespraak op de Brink, al zou het kunnen dat dit laatste in werkelijkheid op Koninginnedag plaatsvond.

De week van 30 april tot en met 5 mei voltrok zich rond een aantal folkloristische elementen, zoals het volkslied, bloemversieringen, een spelletjesmiddag, een toespraak door de burgervader, de Nederlandse vlag, heel- of halfstok en al dan niet met wimpel, een optocht en een verkleedpartij – ik herinner mij een kluchtig, synthetisch kabouterpak in oranje met witte stippen en met een jeukbaard die ik niet wilde dragen en die mijn vader na vruchteloos aandringen zelf maar om deed. In Groningse gezinnen zal niets voor niets zijn.

Nationale dodenherdenking: geluiden in de stilte

Eenmaal in Amsterdam ging ik een paar keer naar de nationale dodenherdenking. Bij een van die gelegenheden op de Dam begon er een verdwaalde toerist achter ons te kotsen, over het volkslied heen. Het jaar daarop bleven we thuis, maar in onze studentenflat zette iemand op een andere etage, niet gehinderd door etiquette, een boormachine in de twee minuten stilte. We wisten niet zo goed of wij moesten doorgaan met stil zijn, of dat het was als bij een embargo: als het eenmaal is geschonden hoeft niemand zich er meer aan te houden. Het gevolg was dat we vooral een metaherdenking beleefden.

Inmiddels zet ik het liefst de televisie aan, met het volume ver open, om te luisteren naar geluiden waar de stille mens geen invloed op heeft. Een koerende duif naast de microfoon van de NOS bijvoorbeeld, of een per ongeluk vallend voorwerp. Geluiden waar we ook geen invloed op hebben is wat er van het spreekgestoelte komt.

Toespraak op de Dam: verbanden tussen verleden en heden

Jaarlijks is er een speech van een hoge ambtenaar, die eigen familieherinneringen of die van derden ophaalt en deze verbindt aan een politieke boodschap. Premier Rutte legde dit jaar in zijn toespraak de nadruk op de waarde van het gezamenlijke herdenken. Hij leek het publiek gerust te willen stellen: dit blijven we voorlopig doen, maakt u zich geen zorgen.

Intrigerend wordt het wanneer de spreker een verband laat oplichten tussen hetgeen waar de geallieerden voor streden in de Tweede Wereldoorlog en de doelstellingen van huidige militaire missies. Zo stelde burgemeester Eberhard van der Laan in 2012:

‘Wij zijn vanochtend wakker geworden in een vrij land. (…) Vandaag geven wij er ons rekenschap van dat die vrijheid is bevochten door militairen – toen en nu – en door mensen die ondanks terreur en angst de moed opbrachten in verzet te gaan.’

– Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, 4 mei 2012

Die vrijheid, toen en nu: de verbanden zijn vaag maar je voelt aan waar hij op doelt. Militaire interventie is nuttig, lijkt de boodschap.

Waar de taal van Van der Laan nog versluierd was, schakelde een jaar later generaal b.d. Peter van Uhm soepel naar een extremer discours. Tijdens diens speech op de Dam, op 4 mei 2013, sprak hij over zijn vader, die had gevochten tegen de Duitsers, en over de keuze die hij als zoon vervolgens maakte:

‘Ik besloot te dienen. Omdat ik geloof dat in dienen de sleutel ligt. Wie dient, denkt niet alleen in ‘ik’. Wie dient, denkt niet alleen in ‘zij’. Wie dient, denkt ook in ‘wij’.’

– generaal b.d. Peter van Uhm, 4 mei 2013

De toespraak van Van Uhm was geschreven door Annelies Breedveld, speechschrijver bij Defensie. Een geslaagd staaltje framing: ‘het leger in gaan’ wordt verfraaid tot het eervolle ‘dienen’, waarna als klap op de vuurpijl iedereen die niet zou willen dienen of nooit heeft nagedacht over dienen wordt gediskwalificeerd. En het publiek op de Dam? Dat applaudisseerde. Maar dat kwam natuurlijk vooral omdat Van Uhm zijn zoon aanhaalde, die net als vader en grootvader ook had besloten te dienen, en die in 2008 in Afghanistan sneuvelde, op de eerste werkdag van Van Uhm als Commandant der Strijdkrachten. Mooi emo-moment. Hoevelen zullen hebben beseft dat met de woorden van de generaal buiten dienst ineens de verheerlijking van het leger op het podium van de nationale dodenherdenking stond?

Propaganda en entertainment

Arnon Grunberg heeft weleens geschreven dat 4 mei zou moeten worden afgeschaft. Recent in de VPRO Gids verwees hij er weer naar. Zijn argumentatie: een herdenking veronderstelt dat we inmiddels beter weten, maar dat valt te bezien, en daarom is ook het nut van herdenken te betwijfelen.

Na de speech van Van Uhm kun je stellen dat herdenken zelfs kan ontaarden in propaganda van het tegenovergestelde, of op z’n minst in de geïnstitutionaliseerde en vernuftig uitgespeelde emotie van een rolmodel. In de lichtere gevallen is het tweede bestanddeel van de herdenkingsavond entertainment; een deel van het publiek op de Dam zal ook willen afvinken dat het Máxima in het echt heeft gezien.

Op 5 mei is entertainment inmiddels een vast onderdeel van het programma. Dit jaar ’s avonds bij Pauw aan tafel: zangers Ali B, Dotan en Giovanca en cabaretier Claudia de Breij. Zij mochten vertellen over hun muzikale ervaringen op bevrijdingspop en wat vrijheid voor hen betekent. Voor Claudia de Brij gaat 4 mei over het verleden, en 5 mei over nu. Dat laatste leek ze belangrijk te vinden. Ze verklaarde dat er meer geld naar Defensie moet.

Herdenken is een platform van de overheid, stichtingen, comités, die in bekende Nederlanders ambassadeurs vinden. Daarbij schuurt herdenken al enige tijd ongemakkelijk dicht tegen vieren aan. Maar er is een andere weg: die van herinneren.

We herinneren ons het verslag van een ooggetuige

Herinneren is een private, individuele belevenis, niet op afroep beschikbaar. Ook niet op 4 mei om 20:00 uur. Herinneren is het samenzijn van een individu met het verleden, een intieme ervaring.

Voor de generaties na de Tweede Wereldoorlog is herinneren een indirecte aangelegenheid. We herinneren ons de werkstukjes die we op school maakten over Anne Frank en de krans die we legden bij oorlogsgraven. We herinneren ons herdenkingen. Maar ook herinneren we ons een boek dat we lazen. Primo Levi, Boris Pahor, andere ooggetuigenverslagen. Een bezoek aan een concentratiekamp. Westerbork, Auschwitz. Plekken die een monument zijn geworden. De herinnering eraan nestelt zich in je, verweeft zich met je, en komt dan onverhoeds tevoorschijn. In de herinnering blijft de nagedachtenis opbloeien, je leven lang.

Documentaires

Dat er mooie initiatieven bestaan die de herinnering kunnen voeden en kunnen verheffen uit hun private kaders bewees de televisieprogrammering op de publieke omroep begin deze maand. Ik noem nog eens de documentaire over de joodse goochelaar Ben Ali Libi, die in 1943 in Sobibor werd vermoord, en Er reed een trein naar Sobibor, een concertverhaal waarin het Nationaal Symfonisch Kamerorkest stukken speelt van Grieg en Mahler en waarin overlevende Jules Schelvis vertelt over zijn treinreis naar het vernietigingskamp, waar hij als 22-jarige zijn vrouw Rachel Borzykowski verloor.

Ik zie toepassingen voor me op 4 mei. Ik droom van een openluchtbioscoop op de Dam, waar documentaires als deze worden getoond. Elk jaar een andere. Geen podium, geen spreekgestoelte, alleen een wit doek en rijen bankjes. Bloemen en kransen hoeven wat mij betreft ook niet. Veteranen blijven uiteraard hartelijk welkom; uniform niet verplicht.

Herinneren heeft ons meer te bieden dan herdenken. Laat het domein van de herinnering een springplank worden voor het collectieve geheugen.

Lees meer artikelen bij 4 en 5 mei
Bekijk het complete overzicht >>