De hak in kwestie

De hak in kwestie.

§ Doorslag

Dit stukje is de eerste Doorslag: de afdruk van een gebeurtenis, zoals vroeger een typemachine en carbonpapier een gekleurde kopie maakten van de werkelijkheid.

‘Ik ga even pissen,’ zei geliefde S. Hij stak de weg over en verdween achter de auto’s die langs het spoor geparkeerd stonden.

S was amper aan de overkant of ik zwikte. De hak van de pump aan mijn linkervoet verdween in een gat in de stoep, en met een zijwaartse slinger viel ik voorover. Daar lig je dan, op handen en voeten in het donker, halverwege de dertig.

Hoewel het drie uur ’s nachts was, kwam er een voetganger in mijn richting. Een donkergrijze schim die niet veel helderder werd, door de shotjes tequila die we nog geen halfuur geleden op de andere straathoek hadden gedronken en ook omdat ik probeerde oogcontact te vermijden. Maar hoe de aandacht van S te trekken? Jammeren leek me het beste. ‘Auwauwauw,’ begon ik aanstellerig. De voetganger liep voorbij, met een bochtje om me heen, of over me heen, dat zag ik niet. Ik keek naar het spoor.

Het hoofd van S piepte boven de auto’s uit. Hij rende de weg over en hielp me overeind. Ik onderdrukte de vraag of hij zijn broek wel dicht had. ‘Ben je gevallen?’ vroeg hij dommig.

Ik keek naar mijn knieën. ‘Mijn panty is niet eens kapot,’ zei ik.

Vroeger, in noordelijke winkelstraten, viel ik gapende gaten in rode maillots en moest mijn vader me de hele weg terug naar de auto dragen. De schaafwonden in de open lucht hadden toen iets al te naakts, maar nu had ik ze graag gezien.

Door het natte gras wankelde ik naar mijn fiets. In min of meer gezonde staat weg te kunnen rijden hielp niet tegen de teleurstelling. ♦

Binnenkort meer Doorslagen; houd deze site in de gaten.