Reiderwolderpolder, met de afslaande auto rechts aan de horizon, 13 juni 2015 (foto: Ankie Lok)

Reiderwolderpolder, met de afslaande auto rechts aan de horizon, 13 juni 2015 (foto: Ankie Lok)

‘Summer passes into autumn in some unimaginable point of time, like the turning of a leaf.’ Dit citaat van Henry David Thoreau staat op een reclameboekenlegger van Amazon die ik jaren geleden kreeg toegestuurd.

De herfst manifesteert zich in een fractie. Behalve in een zich omdraaiend blaadje kan dat ook in andere flarden zijn. Verwarrende flarden. Eergisteren bijvoorbeeld dacht ik dat het zo ver was. Buiten was het grijs en winderig. Tegen een uur of vijf ’s middags moest in ons appartement het licht aan, en met het indrukken van de schakelaar leek ook het zomerseizoen weggeknipt.

Diezelfde avond ontving ik op mijn telefoon een berichtje van D: ‘Aankomst in Holland.’ Elk jaar tussen juni en september vertrekt D voor een flinke periode naar Griekenland, haar vaderland. Zomer betekent dat D weg is; zodra ze zich weer meldt is het andersom. ‘D is terug,’ zei ik tegen geliefde S. Ik kon de ontsteltenis niet verhullen. Onder de lamp knipperde ik naar de woorden op mijn telefoonscherm; innerlijk knipperde ik naar de gevolgtrekking. Het korte bericht had de intrede van het naseizoen bezegeld.

Kaltblut

De volgende dag trokken geliefde S en ik er met vriendin S op uit. In de Wieringermeer, aan de Zuiderhaven, was een buffelkopeend gemeld. Een week eerder was het er nog volop zomer geweest. We hadden de eend toen niet gezien; wel een helderblauwe lucht en oevers groen van riet. Nu hing over alles een groezelige sluier. De wind blies wild onder onze dunne zomershirts. We tuurden met verrekijkers en een telescoop over het water. In de verte tegen een rietkraag dobberden meerkoeten, futen, kuifeenden en tafeleenden, de meeste met de snavel in de veren. Op de stevige golfslag draaiden ze door elkaar in het rond, als drijvende tollen. Telkens als je de verrekijker even had laten zakken kon je opnieuw beginnen.

Ineens krijgen we haar toch in het vizier, de buffelkopeend, een vrouwtje: een kleine, donkere eend met een witte wang. Ook zij met de snavel in de veren, stuurloos. De eenden lijken in hun element op de nazomerwind. Wij nog niet. Op de terugweg begint het te regenen. ’s Avonds drinken we thuis een fles Kaltblut leeg, wijn van een akker in de Pfalz, bewerkt door een paard van het koudbloedras. De eerste shiraz sinds maanden. Het licht boven de tafel gaat erbij aan.

Groninger koek

Aan rode wijn had ik deze zomer al eerder gedacht. Half juni waren we een dag in het noorden, om rondgeleid te worden door stichting Het Groninger Landschap. De route ernaartoe leidde via Beerta en Finsterwolde. In de Reiderwolderpolder betrok de hemel, in een grijs dat het groen van de uitgestrekte korenakkers leek op te zuigen. Op de achterbank draaide ik me om en keek door de achterruit naar het landschap. Op de kaarsrechte weg haaks op de onze kwam een auto achter ons aan. Een beige wagen, breed, laag. Hij reed langzaam en de koplampen schenen net over het gewas heen. De enige andere dolende ziel in het graan. Of zocht hij iets? Ik dacht aan de film Zodiac, aan Darlene Ferrin en Michael Mageau, aan onopgeloste moorden op parkeerplaatsen in afgelegen natuur. Het leek te gaan regenen. De auto achter ons draaide af, de andere kant op.

In de Reidehoeve, het bezoekerscentrum bij Termunten, werden we verwelkomd met koffie en Groninger koek. Onze gidsen droegen regenjassen en laarzen. Ze keken bedenkelijk naar ons vrijetijdskloffie. Buiten goot het inmiddels. Met een grote paraplu van de stichting trokken we de regen in, door polder Breebaart, een getijdengebied aan de Dollard. In de stromende neerslag was alles grijs, van hemel tot aarde en over het water ertussen, tot aan de Duitse horizon. Door een kijkwand op de dijk keken we naar zeehonden. Er lagen een paar in de modderbrij; een bruine kop stak de stroom over. Af en toe zagen we het water bewegen, de suggestie van een mollig lijf onder het wateroppervlak.

Hoofdletters

Een van de gidsen hoefde niet onder de paraplu. Hij had een baard en kort, zacht opstaand haar boven op zijn hoofd, grijs vol vergeten blond. Zwijgzame glimlach, zekere schreden, Groningse tongval. Open blik, grijsblauwe ogen met een spoor van groenbruin, verkleurd zoals het haar. Kraaienpootjes. Een truientype, niet benauwd voor weer en wind. De kalme afdruk van een ruig landschap in de mens. Ik stelde me voor hoe het leven met zo’n regenprins eruit zou zien. Ik dacht aan vier uur ‘s middags, aan vroege schemering, aan modderlaarzen en rode wijn. In gezelschap van aardse types smaakt alles beter, ook de herfst.

De rondleiding voerde langs de Punt van Reide, over de dijk langs de bunkers uit de Tweede Wereldoorlog, langs de vispassage en naar de vogelkijkhut. Het was eindelijk droog geworden. We zagen steltlopers. Grutto, kluut, zwarte ruiter. De zomer haastte zich weer boven het land, al werden we nog geplaagd door kletsnatte broekspijpen.

Aan het einde van de rondleiding gaf de regenprins me een boek uit het bezoekerscentrum. ‘Ter herinnering aan een vochtige tocht door de polder,’ luidt de opdracht. Halverwege gaat het schrift over in een soort hoofdletters. De polder. De titel van het boek verraadt dat het over Breebaart gaat, maar ik vraag me af of de regenprins er anders de precieze polder bij had geschreven. Ik denk dat er voor hem maar één soort landschap bestaat. Dat hij ‘vochtig’ schreef, en niet ‘regenachtig’, of ‘drassig’, wil ook wat zeggen. Voor de regenprins zal er ook maar één element bestaan.

Lome weken

Daar bij Termunten fopte de zomer ons, zoals wel vaker. Dan lijkt het ineens herfst, waarna er alsnog vele lome dagen en zelfs weken volgen. Ook nu zal dat het geval zijn. Overmorgen klaart het op en wordt het 25 graden. September en oktober zullen het warme staartje aan het seizoen zijn, of de maand december zal er eentje worden van gemiddeld 13 graden.

De zomer beschrijf je het best op een winterdag, luidt de titel van een brievenuitgave van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen. Omgekeerd geldt dat ook, en om ons een handje te helpen hangt midden in de zomer soms de herfst al even aan de deurklink. Maar voorlopig moet het nieuwe seizoen toch echt nog even op de drempel wachten.