In augustus 1914 bombardeerde een Duitse zeppelin de Belgische stad Luik.

‘The thirteen bombs it dropped, the nine civilians it killed, inaugurated a twentieth-century practice,’ schreef de Amerikaanse historica Barbara Tuchman hierover in The guns of August (1962). ‘The method was as fruitless as the long-range bombardment of Paris by the Big Berthas in 1918 or the Luftwaffe and V-2 bombings of London one war later.’

Zodra Nederland verklaarde mee te doen met de militaire coalitie tegen IS begon het gekrakeel over het succes van bombardementen als pressiemiddel. Hoezeer technologie en precisie in de afgelopen eeuw ook verbeterd mogen zijn, met bombardementen win je geen oorlog, is de teneur. Waarom houden we dat onszelf dan toch steeds weer voor?