Deel 1 van een tweeluik over Krakau, de Poolse stad die ik in oktober 2016 bezocht: in Kazimierz, de voormalige joodse wijk, is het jodendom niet verdwenen. Of toch wel?

ulica-szeroka_kazimierz_krakau

Toeristische golfkarretjes in de Ulica Szeroka, ‘Brede Straat’, Kazimierz, Krakau (foto: Ankie Lok).

‘Ah, Auschwitz.’ Het was het prompte antwoord van een collega toen ik vertelde dat ik naar Krakau ging. Inderdaad, we zijn ook in Auschwitz geweest. Voor de tweede keer. De meesten verklaarden ons voor gek; van velen vergt een eerste bezoek al te veel. De eerste keer was vijf jaar geleden, op een snikhete zomerdag. Nu droegen we handschoenen. Maar daarover in een volgend deel van deze serie meer.

In Krakau logeerden we in Kazimierz, de voormalige joodse wijk. Onze huisbazin droeg een hoofddoek en een davidster om haar hals. Ze sprak mondjesmaat Engels. Haar Duits was beter.

Klezmer-Hois

Kazimierz is een wijk van steegjes en keien. Je bent er zelden alleen, want de wijk is geliefd bij toeristen. Maar als je de tegenliggers bent gepasseerd en slechts in de verte stemmen hoort, dan waan je je midden in een scène van Spielbergs Schindler’s List. Het gevoel van acteren is hier niet eens zo’n rare gewaarwording. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog woonden in Krakau vijfenzestigduizend joden, van wie er zo’n vierduizend de oorlog overleefden. Maar zij keerden niet allemaal terug naar Kazimierz.

De dynamiek in de wijk cirkelt rond de Ulica Szeroka: de ‘Brede Straat’, een soort plein waaraan de Synagoga Stara ligt, de Oude Synagoge, tevens de oudste overgebleven synagoge in Polen. Op de oude gevels aan de Szeroka staan vooral namen van restaurants, die een ding met elkaar gemeen hebben: het menu. Jewish cuisine. In de wijk zitten twee joodse boekwinkels, eentje aan het plein en eentje erachter. Naast boeken verkopen ze cd’s. Klezmer, die ook door de winkel schalt.

Het meest oorspronkelijke van de etablissementen aan het plein lijkt het Klezmer-Hois, een restaurant op de noordoostelijke hoek. Buiten prijst het krijtbord gefilte fisj aan, binnen biedt de wijnkaart keuze uit onder andere twee koosjere flessen. De bediening lijkt dan weer volbloed Pools, en de historie van de uitspanning gaat volgens de website niet veel verder dan inspiratie: ‘Klezmer-Hois (…) evokes the ambience of the pre-war tradition of Jewish Kazimierz.’ Of ‘ambiance’ hier het juiste woord is kun je je afvragen; Roman Vishniac fotografeerde in Oost-Europa vooral joden die in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog in armoede leefden.

Franse schoolklas

begraafplaats_remuh-synagogeAan de zijkant van het plein staat de Remuh Synagoge, met erachter een joodse begraafplaats. Vijf jaar geleden waren we er op zaterdag en konden we er niet in: sabbat. Nu komen we op woensdag. Bij een man met een keppeltje achter een tafel bij de ingang doneren we een paar zloty voor het onderhoud van de synagoge. Voordat we kunnen passeren komt er een Franse schoolklas naar buiten.

De schemerige synagoge zit vol met mensen die naar een gids luisteren. In het halletje hangt een glas-in-loodraam met groene en rode vlakken; eronder staat een klapstoel. Het licht valt diep en helder door het gekleurde raam. Een halletje, een geruisloos voorportaal. Hoeveel mensen zijn hier vroeger wekelijks doorheen gekomen?

Ik moet aan het verenigingsgebouw denken waar ik vroeger naar de Zondagsschool ging, dat er heel anders uitzag maar waar ook die stille eenvoud in de vertrekken hing, en verhalen, woorden, die zich inmiddels alleen nog laten oproepen door een gids. De Remuh Synagoge is weliswaar nog in gebruik, de viering zal dezelfde zijn en toch niet. De twintigste eeuw heeft de sabbat beknot. Uitgedund en ingedamd.

Op de begraafplaats zijn de zerken hier en daar verzwolgen door aarde; ze steken er schots en scheef boven uit. Sommige graven gaan terug tot de zestiende eeuw. Het pad is overwoekerd door brandnetels.

Glühwein en golfkarretjes

Aan de Szeroka is het op zonnige dagen in oktober druk op de terrassen. Meisjes met menukaarten in de hand lokken de toeristen met een vriendelijke lach en een vraag naar de wensen. Er worden grote glazen bier geserveerd en mulled wine, Glühwein, in aarden bekers met een sinaasappelschijfje. Op een avond belanden we op een van deze terrassen onder een warmtelamp, en op de laatste dag van ons verblijf in Krakau zitten we bij een aanpalend restaurant een uurtje in de zon.

Een tijdje over de Szeroka uitkijken betekent steeds hetzelfde zien: een sliert golfkarretjes met mensen aan boord en aanprijzingen aan de zijkant van het dak. Jewish Quarter – Schindler’s Factory – Ghetto. Alles is handel en geschiedenis kan kermis zijn.

De karretjes stoppen allemaal voor de gedenksteen voor de vermoorde joden van Krakau. De toeristen aan boord leunen opzij om de tekst op de steen te lezen en foto’s te maken. De chauffeurs kijken voor zich uit, terwijl aan boord de geluidsinstallatie in Engelse zinnen langs het gehoor stroomt, over de joodse gemeenschap en de Tweede Wereldoorlog.

Fetisjmasker

In een van de laatste golfkarretjes die we voorbij zien trekken zit voorin, naast de chauffeur, een man met een masker: zijn hele hoofd gaat schuil onder een zwarte hoofdkap. Zijn mond is niet zichtbaar, hij kan alleen door een paar gaatjes kijken. Het lijkt een kledingstuk uit de SM of fetisj. Achterin zit een viertal andere mannen. Over zijn schouder, door het masker heen, praat hij met hen. Ook dit karretje houdt halt voor de gedenksteen. Het is onduidelijk wat de mannen aan het doen zijn. Een vrijgezellenfeest vieren?

Ik denk aan mogelijkheden in Amsterdam. Daar woonden vijfenzeventigduizend joden; tienduizend meer dan in Krakau. Ik zie de golfkarretjes al rijden. Ze zouden een toer door het red light district en naar het Hollandic Theatre kunnen aanprijzen, met een plaspauze in een coffeeshop.

En dan denk ik aan een vers van Saul van Messel, die over de verdwenen joodse gemeenschap in de provincie Groningen dichtte:

in huizen die al lang
niet meer bestaan
openen doden
lang gesloten deuren

ik laat als steeds
ze ademloos begaan
vol spanning
in dit nachtelijk gebeuren

stel dat er één
zich plotseling weet bespied
zich omdraait en mij roept
en ik/ik ben er niet.

Lees meer
Dit was deel 1 van een tweeluik over Krakau, de stad in Polen die ik in oktober 2016 bezocht.