Iedereen kent wel iemand, of kent iemand die iemand kent. Nu ontkrachtte wiskundemeisje Ionica Smeets in de Volkskrant al de bijzonderheid van dit feit indien er 194 Nederlandse doden zijn te betreuren. Maar schokkend blijft het natuurlijk. Buren, ex-vriendjes van beste vriendinnen, auteurs, wetenschappers. De lijst is lang.

De afgelopen week werd voortgestuwd op een golf. Wat begon met zogeheten hard nieuws, kabbelde via wat losse krachttermen van Rutte richting human interest: persoonlijke verhalen over de slachtoffers en hun facebookfoto’s in de Volkskrant. De toespraak van Frans Timmermans in de VN Veiligheidsraad was de bekroning. De hele trukendoos ging open, van verdriet en woede tot een beroep op de aanwezigen als echtgenoten en ouders.

De inhoud van de speech bracht niets nieuws onder de zon, de persoon van Timmermans wel. In hoe hij de toespraak voordroeg – de intonatie, de gekozen pauzeringen, foutloos voorgelezen bovendien in een tongval die je nauwelijks van die van David Cameron kunt onderscheiden – alleen daarin herken je de vakman. Geef die portie maar aan Timmerfrans, zoals hij met zoete spot op satirische websites wordt genoemd. Naast hem is Rutte een schooljongen.

bermapplaus: klappen bij een rouwstoet

De vliegramp is een tragedie voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Maar wat is de rol van ‘de Nederlander’? Ook die eist zijn deel van het verdriet op. Of van het opstootje, van het volksvermaak, van het evenement. In de hoop dat we sinds prinses Diana en Pim Fortuyn hadden bijgeleerd zette ik gisteren de nieuwsuitzending op. Het tegendeel bleek waar. Eigenlijk was het nog erger dan twaalf jaar geleden. In roze korte broeken en hiep-hiep-hoerashirts stonden ze met hun smartphone naast de vangrail. En maar posten op facebook, en de thuisgebleven Nederlander maar liken. Gerri Eickhof – wie anders dan Gerri Eickhof; volgens vriend P moet de man een standbeeld krijgen – vroeg aan toeschouwers langs de weg waarom ze waren gekomen. De termen hadden we deze week al vele malen gehoord: ‘brok in de keel’, ‘verschrikkelijk’, ‘ik kende persoonlijk niemand maar ik vind het toch belangrijk om aan mijn kinderen te laten zien hoe we afscheid nemen’. Een vrouw huilde en bleef klappen terwijl ze de verslaggever te woord stond, als in trance.

Klappen bij een rouwstoet. Wie is daarmee begonnen? Waren het de Britten in 1997? Bij de complexe politieke nasleep van een vergissingsdood is het bermapplaus helemaal niet meer te duiden.

‘dag van de nationale rouw’

Er lag een sluier van onhandigheid over de dag. Op een liveblog van de NOS was elke minuut te volgen, net als bij een etappe van de Tour de France. Er was een uren durende live-uitzending op tv en online, met een voiceover die vooral zweeg en slechts af en toe kijkers eraan herinnerde dat het vandaag ‘de Dag van de Nationale Rouw’ was. Nou moe! Op de Dag van de Nationale Rouw rouw je niet, net zo min als je op de Dag van de Arbeid werkt. Op de Dag van de Nationale Rouw vier of gedenk je die specifieke soort rouw. Of zou het een Freudiaanse verspreking zijn geweest? Dwaalden zijn gedachten werkelijk af naar een nieuwe traditie, een rouwcultus? Complimenten in dezen voor premier Rutte, die het op Twitter zuiverder aankondigde als ‘nationale dag van rouw’.

Dat ‘alles en iedereen’ stil lag, zoals de NOS beweerde, viel trouwens ook nog wel mee. Een van mijn collega’s werd stipt om 16:00 uur gebeld door woningbouwvereniging De Key; haar huisgenoot die in een kledingwinkel werkt had de deur niet helemaal gesloten en moest winkelend publiek uitleggen dat er een minuut stilte in acht werd genomen.

last post

De beelden op het vliegveld in Eindhoven waren ronduit prachtig. Een plechtige choreografie in zwart, grijs en wit onder de zomerzon. De NOS deed het woord liveblog eer aan (‘De minuut stilte kan elk moment beginnen’), verwarde de Last Post nog even met de Taptoe en interpreteerde emoties bij de foto’s van de hoogwaardigheidsbekleders. Verder geen smet op het moment, en vooral artistieke camerabeelden. Wapperende jasjes, zwijgende kolonnes die langs de vliegmachines marcheren, een trompettist die tot twee keer toe in de zomerwind bijna zijn pet verliest. Niemand kan zulke beelden níét mooi vinden, en dat is precies waar het wringt. Want was de context ook al weer van de beelden uit Eindhoven? Waarom de Last Post? Het zijn toch geen soldaten die hier in een kist naar huis komen?

Een activistische vriend had het meteen al fijntjes aangestipt. Hoe dramatisch een neergehaald vliegtoestel ook is, we moeten beseffen dat we als welvarende westerlingen een gebied doorkruisen waar mensen nu eenmaal heel andere zaken aan het uitvechten zijn.

Sinds deze week weet ik overigens weer waarom het maar beter is dat het niet de Telegraaf is die elke ochtend bij ons in de bus valt. De Volkskrant balanceerde op het randje, scherend langs clichés met foto’s en persoonlijke verhalen. Vandaag zag ik op de website van Trouw dat Sylvain Ephimenco in zijn column vol bewondering schreef over de dag van gisteren. ‘Trots’, ‘medeleven’, ‘een brok in de keel’. Zelfs een kritische reus als hij blijkt geveld door de rouwpropaganda.

Maar net wanneer je denkt dat ook jij van lieverlede zult worden verzwolgen is er gelukkig altijd nog Arnon Grunberg. Overigens schreef die ooit al dat geweld en schoonheid, erotiek zelfs, heel goed samengaan. Gebeurtenissen waar de krant bol van staat laat hij soms onbesproken, misschien om het verrassingseffect van zijn aforistische stukjes te vergroten. Deze week hadden we geluk: drie Voetnoten gingen over de vliegramp. De teneur was als verwacht; een absurdistische visie op het menselijke bestaan in de betekenis die Albert Camus het woord toedichtte. In de stortvloed aan sentiment was de blik van Grunberg een welkome nuance, al werd die hem door lang niet iedereen in dank afgenomen.

Effervescence collective

Een van de ramptoeristen antwoordde op de vraag waarom hij naar de rouwstoet was komen kijken dat het een gevoel van saamhorigheid opleverde. Hij voegde eraan toe dat volgens hem zo’n gevoel op dit moment in Nederland sowieso geen kwaad kon. Behalve als een verwende verklaring van een ontevreden burger kun je dit interpreteren zoals een collega dat deed, namelijk als effervescence collective: een begrip van de Franse socioloog Emile Durkheim (1858-1917). ‘Effervescence’ is het ontsnappen van gas uit een waterige oplossing en het bruisen of schuimen dat er het gevolg van is. Collectieve bruis treedt op wanneer individuen in een samenleving of groep gelijktijdig dezelfde gedachte uitdrukken en deelnemen in dezelfde handeling. De opstuwing geeft individuen de geest en verenigt en versterkt de groep. Durkheim beschreef de effervescence collective in 1912, al betrof het onderwerp van zijn beschrijvingen de religie.

In de beelden van gisteren valt nog iets anders te zien. Had de bevolking in 1997 en 2002 nog tot mythes verworden enkelingen als Lady Di en Pim nodig voor een massale rouwbeleving, nu kunnen per vergissing uit de lucht gehaalde landgenoten eenzelfde toeloop veroorzaken. Woede en verdriet over de slachtoffers krijgen landelijke en regionale podia, van het live uitgezonden politieke statement op Eindhoven Airport tot stille tochten in Groningen en kaarsjes in Brummen. Amsterdam haalde zelfs de witte ballonnen weer van stal. We zouden bijna vergeten dat de meeste Nederlanders de slachtoffers slechts via (relaties van) derden kenden.

De emoties worden gevoed en opgewekt en weer gevoed door de publieke beleving. Deze cirkel geeft de rouw een twijfelachtig tintje: wanneer is het nog werkelijk een noodgedwongen eerbetoon? Het begint inmiddels eerder te lijken op de zucht naar catharsis middels een ultieme, collectieve tragedie.

Vliegtuigruimen met kisten, groot ceremonieel, marcherende uniformen, een rouwstoet, de Last Post. De Nederlander is weer toe aan een oorlog.