de ranglijst van 2014

Grappigste naam in beroep
  1. De heer Vogel van Staatsbosbeheer (artikel in De Gelderlander, augustus).
  2. Niet grappig, wel pijnlijk: meneer Baksteen, oud-piloot. Expert aan tafel bij NOS in live-uitzending over MH17 (juli).
Lekkerste pizza

Met stip gebakken door Mangiancora, Amsterdam (november). Op het eerste gezicht de zoveelste authenticiteit in hagelwitte afhaalhuizen in een net iets te hip deel van de stad, en de donkerbruine ogen in het al te Napolitaanse gelaat van de jongen achter de kassa waren als garnering niet nodig. Maar pizza bakken kunnen ze; dit lijkt in de verste verte niet op wiens afhaalpizza dan ook.

Dichtste taalverneveling
  1. ‘Mutaties met opschrift hulpverlening overige instanties’ – Volkskrant citeert politieagent die aanvragen voor een wapenvergunning beoordeelt. Er zijn redenen om zo’n vergunning te weigeren, bijvoorbeeld indien de aanvrager gedwongen opgenomen is geweest in een ggz-instelling. Zo’n geval moet worden opgezocht als het geciteerde. Wat zegt u? Jazeker. De agent die de aanvraag beoordeelt moet ‘gedwongen opname’ (en daarnaast vast nog meer kerfstokstreepjes) in gedachten eerst hertalen naar ‘mutatie’ en vervolgens indelen in de categorie ‘hulpverlening overige instanties’. Daar aangekomen zal de urgentie er inmiddels volledig af zijn geweekt. Verdiende nummer 1 in deze lijst: het citaat maakt duidelijk welke (indirecte) schadelijke gevolgen taalverneveling kan hebben. In dit geval was het Tristan van der V. die een wapen kreeg, doordat het een beetje druk was op het bureau en, zo meent de taalsheriff, doordat die dossiertaal tot op de ringband is verneveld.
  2. ‘Daarom hebben we besloten het traject richting vervangingsbesluit in te gaan.’ – vriendin R geciteerd in bedrijfsblad van adviesbureau (januari). Zelf herkent ze geen enkele uitspraak van zichzelf in het met taalverneveling doorspekte artikel.
  3. ‘Problemen kunnen penetreren richting de privésfeer’ – Volkskrant citeert hoogleraar (december). Niets aan de hand, me dunkt. Wel een plastisch beeld van een hijgerig probleempje dat de privésfeer probeert te versieren. Maar die staat het probleem net buiten bereik uit te lachen. Ha!
Beste koop
  1. Nieuwe tafel (november). Acht- tot tienpersoonsjoekel van hergebruikt Indonesisch teakhout brengt sjofelheid van weleer in café ‘t Schuim in herinnering. Kranten, schrijfgerei en bierviltjes hebben hun vaste plek gevonden.
  2. Whiteboard met stiften en magneetjes (januari). Reeds op de eerste avond deed het ding aan de keukenmuur uitstekend dienst bij uitleg over de atoomfysica. Nu wil ik een molecuul tekenen!
Mooiste compliment

Boris Pahor (maart): ‘Vous écrivez comme un écrivain.’

Mooiste woord
  1. Tsundoku. Ongelezen boeken die je met soortgenoten laat opstapelen beschrijven de Japanners in één woord (juli).
  2. Slagveldvakanties. Cabaretier Diederik van Vleuten beschrijft de jaarlijkse gang van het gezin naar Vlaanderen en Noord-Frankrijk kort maar krachtig (november).
  3. Holokitsch. Kitscherige culturele uitingen over de Holocaust (website Trouw, januari).
Ongelooflijkste domheid

Het Groningse antiquariaat Isis werd besmeurd om de naam (augustus). Eerst dacht ik dat het een bericht van De Speld was, maar het bleek serieus nieuws: voorbijgangers associëren de boekhandel abusievelijk met de terreurorganisatie, inmiddels bekend als IS. Ze bespugen de ruiten en dreigen de winkel in de fik te steken. Eigenaar Theo Butterhof geciteerd op boekblad.nl:. ‘Je voelt plotseling wat er los kan komen als de vlam in de pan vliegt. Onderbuikgevoelens die plotseling heel hevig tot uiting komen. Je zou toch zeggen dat mensen zien wat er in onze etalage ligt. Ook een verklaring die we op de ruit hebben gehangen helpt weinig.’ Peter Middendorp wijdde er in de Volkskrant een column aan. De boekhandel in de Folkingestraat bestaat al dertig jaar. De naam Isis verwijst naar de Egyptische godin, van het leven en de schoonheid. ‘Je kunt het zo opzoeken,’ zegt Butterhof in Middendorps column. ‘Maar dat doen ze niet. Ze weten niks, ze lezen niks, het kan ze niet schelen.’

Raakste typering
  1. ‘Dat was zo’n meisje zonder kin.’ – vriendin M omschrijft een niet al te doortastende basisarts (januari).
  2. ‘Historische softporno.’ – collega over bepaald type non-fictie (oktober).
Mooiste tegenwicht

Uitgeverij Pegasus. Het kan nog anno 2014: uitgestorven winkeltje aan de gracht met op de plank een halve meter marxismeliteratuur uit de jaren zeventig. Vriend E overweegt het hele fonds op te kopen.

Knulligste vertaling

Google biedt alvast een vertaalknop boven een automatische ontvangstbevestiging van een Sloveense uitgeverij (januari). Erop klikken levert je reinste woordengoochelarij:

Geachte heer,
We hebben uw boodschap, waaraan zullen wij zo spoedig mogelijk antwoorden ontvangen.
Hallo en welkom,
Buffel

Beste anekdote
  1. Collega probeert thuis kersenpulp droog te draaien in theedoek, die vervolgens ontploft (juli). Hele keuken onder de rode smurrie. Plafond opnieuw witten resulteerde in muur opnieuw witten, en dat resulteerde in kleurverschil en dus het hele huis opnieuw witten.
  2. Tijdens een presentatie over syfilis probeert een Griekse er in vijftien minuten 180 powerpointslides doorheen te jagen. De Griekse raakt buiten adem en valt flauw (dermatologiecongres, geliefde S, oktober).
Leukste ontdekking

Vanuit onze woonkamer blijken we de toren van Ransdorp te kunnen zien (juli). Er was een vogelminnende vriend uit Zuid-Afrika met een verrekijker voor nodig om dat aan het licht te brengen, maar liefst een jaar na onze verhuizing.

Onbeschaamdste actie

Geliefde S belt de Hogeschool van Amsterdam om te vragen of ze aan het stembureau ‘even willen doorgeven dat er vanavond geen stroopwafels komen’ (gemeenteraadverkiezingen, maart). De Salonleden die zich hadden verzameld om te gaan stemmen zouden dat namelijk in een ander stembureau gaan doen, alwaar zij later op de avond een kijkje zouden gaan nemen bij de stemmentelling en de hardwerkende tellers van de genoemde lekkernij zouden voorzien. Verstoken van deze context moet de portier van de HvA hebben gedacht een gek aan de lijn te hebben.

Oudste nieuwe correspondentiegenoot

Boris Pahor. Honderdjarige auteur schrijft wel degelijk terug.

Jongste nieuwe correspondentiegenoot

Vriend R. Met 23 jaar nog wat bravouretaal maar met een oorspronkelijke kijk op de wereld en het leven. Sowieso zijn mannelijke brievenschrijvers te prefereren boven vrouwelijke (voor het overige ben ik niet seksistisch aangelegd). Favoriete citaat, overigens niet uit een brief: ‘Waarom zou men naar monstertrucks willen gaan kijken? Het woord alleen al.’

Beste afgevinkte reisbestemming

DakotaNew York City, natuurlijk (februari/maart). The most fascinating to me, schreef ik aan Yoko Ono over de albumhoezen van haar vermoorde echtgenoot die ik bekeek toen ik klein was, were the black-and-white photo’s that embellished Double Fantasy (…). The metropolitan street scenes, the black clothes, the kissing, the self-assured couple – it all seemed to say: this is another world, on the other half of the globe, and it has nothing to do with you. It’s somewhere some people go. Het was een hele geruststelling die zaterdagochtend dat het winterse zonlicht, de kou en het voorbijrazende verkeer voor het Dakotagebouw nauwelijks verschilden van stadse taferelen elders in de wereld.

Kutste moment
  1. Boswandeling bij Huis Doorn (oktober): familietelefoontje met slecht gezondheidsnieuws veranderde de aangename najaarszon in een onverbiddelijke bol in een niet te stoppen universum. Het hinnikende paard was een zintuiglijke geruststelling in het vacuüm tussen twee telefoongesprekken.
  2. Geliefde S door psychiatrische patiënt aan naburig tafeltje uitgescholden voor ‘fascistische rooms-katholieke protagonist’ (restaurant KHL, maart). In de ogen van zwangere zus M stolde de angst. Wie gaat dit oplossen? De uitbater niet, zo bleek.
  3. Val van fiets in parkeergarage (mei). De laatste herinnering is een wegglijdend achterwiel in een regenspoor; de eerstvolgende waarneming is knallende koppijn en paniek. Volledige desoriëntatie. Gelukkig was de hersenschudding slechts een lichte.
Meest ongezouten mening

‘Sportjournalistiek is de allerlaagste vorm van journalistiek. Misschien wel de allerlaagste vorm van menselijk leven.’ – vriend P tijdens het WK voetbal (juni).

Meest poëtische gebruik van werkwoordstijd

‘Ik koos een pittig blauwe kleur’; ‘Ik bezocht Barcelona’. Vormgever zweeft als een dichter door het verleden. Een hartverwarmend pleidooi voor de onvoltooid verleden tijd (mei).

Mooiste toneelvoorstelling
  1. De Grote Oorlog, Diederik van Vleuten en Ivo Janssen, De Kleine Komedie (november). Van Vleuten is goed op dreef als cabaretier annex geschiedenisleraar. De voorstelling is een collage; foto’s die Van Vleuten in België en Noord-Frankrijk maakte verbindt hij met historische foto’s, het massale van WO I met het massatoerisme van vandaag de dag (‘herdenkingskermis’) en het levensverhaal van een enkele soldaat met de jonge, naïeve 21-jarige die hij zelf was tijdens de vakanties naar de slagvelden. De kers op de taart is de pianomuziek door Ivo Janssen van componisten die met WO I verbonden zijn en die fraai in het collage passen, van Ravel en Bartók tot Rachmaninov en Prokofjev. Een muzikale openbaring.
  2. FRONT Polyphonie, Luk Perceval (november). Viertalige voorstelling met gezichten, licht en vooral veel tekst. De achterwand die als een gongtrommel wordt bespeeld is een effectief decorstuk om het artillerievuur ten gehore te brengen.
Teleurstellendste toneelvoorstelling

De donkere kamer van Damokles, Ger Thijs, DeLaMar (januari). Wat is de meerwaarde van toneel ten opzichte van het boek?

Meest kafkaëske bureaucratie

Waternet presteerde het tot twee keer toe om een aanmaning van € 0,00 te sturen, ‘te voldoen middels aangehechte acceptgiro’ (april). Bellen resulteerde in twintig minuten in de wacht hangen en direct daarop een verbroken verbinding; mailen leverde een standaardantwoord op. Gelukkig hielden de acceptgiro’s daarna toch op.

Beste gebod
  1. ‘Be a leader, not a follower!’ – op Liberty Island weten ze hoe je toeristen moet aansporen om door te lopen richting ferry. Zelfs de dagjesmens kan de American dream verwezenlijken.
  2. ‘We verzoeken bezoekers om via dek 3 de uitgang te vinden’ – omroepster met anglicistische kruiperigheid op cruiseschip MSC Magnifica, Passenger Terminal Amsterdam (juni).
Beste reprise
  1. Pachelbel, Kanon und Gigue in D-Dur für drei Violinen und Basso Continuo (algemener bekend als Canon in D). Op Spitsbergen had geliefde S tientallen versies van deze Pachelbel op zijn laptop staan; elke avond vielen we luisterend in slaap. Wanneer het daglicht van geen wijken weet moet je iets anders vinden dan duisternis om je naar dromenland te brengen. In de bioscoop bracht de soundtrack van Clouds of Sils Maria Pachelbel ten gehore; ik was onmiddellijk terug tussen de rendieren naast Plateau Mountain.
  2. Blokfluit spelen met gelegenheidsbandje tijdens personeelsuitje (juni). Het moest van ver komen maar de donderdagmiddagen in het dorpshuis, de fietstocht door de winterkou en de stamppot thuis kwamen weer heel dichtbij.
Smerigste eten

Chicken pie in een diner, New York (maart). Wie zich de Angelsaksische keuken voorstelt heeft het ruimschoots bij het verkeerde eind. Ovenschaal tot de rand toe gevuld met een ondefinieerbare crèmekleurige substantie met zwevende brokken kip (hoop ik) en groene erwten. Portie voor één Amerikaan dan wel een viertal andere aardbewoners. Driewerf goor.

 Mooiste schilderij
  1. Edvard Munch (1863-1944), Self-Portrait After the Spanish Flu, Nasjonalgalleriet, Oslo (oktober).
    MunchOp dit schilderij zien we niet veel: een zieke man in een stoel met een kamerjas aan, een kaars en een stukje van het bed. Van veraf is dit vooral een groot zelfportret; van dichtbij zie je een gelaagdheid aan kleur, streek voor streek aangebracht in een zuiver evenwicht. De groene en blauwe tinten in kleding, bed, deurpost en vloer zijn kil en afstandelijk, de gele wand (schijnsel van de kaars?) is juist vertrouwd en aards. Het beeld zweeft daarmee tussen twee gevoelswerelden, als tussen leven en dood. Een onverwacht fraaie ontmoeting in het nationale kunstmuseum van Noorwegen.
  2. Vincent van Gogh (1853-1890), First steps, after Millet, Metropolitan, New York (maart).
    Van GoghVader heeft de kruiwagen aan de kant gezet en de schep erbij neergelegd. Hij leunt op een knie, met de rug naar de toeschouwer. Daar schuin achter staat moeder, met voor zich het kind, dat zich al wil loswurmen, de armpjes gestrekt om de wankele passen te begeleiden. De ouders in mariablauw, het kind in een rozig wit, de tuin blakend groen. Van Gogh herken je er onmiddellijk in: de krullen van de bomen en het groen, de lichaamsvormen. Maar in ons geheugen heeft zijn werk zich genesteld als verbeelding van melancholie en twijfel, vormgegeven in het landschap. Stillevens, cipressen, schonkige kerktorens, portretten van zichzelf, van dokters en postbodes, gele huizen, golvende korenvelden en wat duister werk uit Drenthe. Lichte, luchtige levensmomenten horen daar niet bij. First steps toont een natuurlijk thema, door een schilder die zelf geen gezinsleven had. Hoe verbeeld je de door ouders zo vaak als magisch ervaren eerste stapjes van een kind? De instinctieve levensdrang van de peuter, de concentratie van de ouders? Stáán op die voetjes; pas op, niet vallen? De vreugde van het ogenblik? Wijd open armen, een parcours van enkele meters. Een omkaderd gezin dat een alledaagse mijlpaal beleeft. Een aanwinst voor het collectieve Van Gogh-geheugen.
  3. Niet mooi, wel onverwacht uit het depot van het Stedelijk Museum gehaald: Barnett Newman, Who’s afraid of Red, Yellow and Blue III (april). De beruchte verfroller meen je zelfs met lekenogen te kunnen zien.
Grappigste verbastering

‘Beppy’ en ‘Beppiness’: op de hit Happy van Pharrell Williams dartelt collega B haar roodgejurkte verjaardagsrondjes (mei).

Beste analyse
  1. Weinig zin in vrijgezellenfeest; zal ik gaan of niet (mei)? Volgens vriendin I behoor ik tot de ‘C-lijst’ van genodigden en doe ik iedereen, dus niet alleen mezelf, een plezier door af te zeggen. Ik zou mezelf niet op de A-lijst hebben ingedeeld, maar het gemak waarmee ze B-lijst overslaat is groots. Een goede analyse spaart niemand.
  2. ‘Onze welvaart is gebaseerd op het onnodig vervangen van zooi die je oorspronkelijk al niet nodig had.’ – cabaretier Thomas van Luyn twijfelt over de aanschaf van een iPhone 6 terwijl z’n oude het nog prima doet, Volkskrant Magazine (oktober).
  3. ‘Alle ellende op de wereld wordt veroorzaakt doordat mensen niet gewoon thuis kunnen blijven.’ – Pascal, geciteerd door columnist Rob Schouten in Trouw (november).
Meest machteloze moment

Stervende libelStervende libel op begraafplaats Rozendaal (juli). Libellen hebben blijkbaar vier vleugels nodig om op te stijgen; dit exemplaar had er nog maar twee. Het voorste vleugelpaar was gans symmetrisch afgebroken, de vleugels tot stompjes gereduceerd. Insecten die met geamputeerde ledematen van de grond proberen te komen maken altijd zo’n onaangenaam geluid en tuimelen zo onbeholpen. Alsof ze niet invoelen wat er met hun lichaam aan de hand is en wat de onherroepelijke gevolgen zijn. Deze libel (voor de liefhebber: een bruine glazenmaker, mannetje) zou het duidelijk niet halen. Doodtrappen of laten verrekken? Toch dat laatste, maar dan wel op een grafzerk onder een rododendron, beschut tegen de zomerhitte. En nog snel een foto maken van de mooie ogen: twee half-doorzichtige bollen met een soort turquoise Yves Klein-vlek, waar het licht weldra uit zou verdwijnen.

Mooiste boek (fictie)
  1. F. Scott Fitzgerald, The great Gatsby (1925).
    The great GatsbyKlassiekers zijn niet voor niets klassiekers, zo bleek na lezing van deze fictie-explosie. Rijkaard Jay Gatsby probeert zijn liefje van voor WO I, inmiddels getrouwd met een andere rijkaard, terug te winnen. Het middel: opvallen in rijkdom, met een grotesk paleis waar hij elk weekend een feest geeft van ongekende omvang. Tot alles natuurlijk dramatisch afloopt. The great Gatsby is een vertelling over een man die tegen beter weten in wil vasthouden aan het verleden, in het door kapitalisme, consumentisme en hedonisme verwrongen New York van de jaren twintig. Sprankelende taal, kernachtige typeringen. Fitzgerald schrijft zonder drammerige boodschap, soms komisch, en slaat je nu en dan om de oren met zinnen met de potentie om je een leven lang bij te blijven. There is no confusion like the confusion of a simple mind, and as we drove away Tom was feeling the hot whips of panic.
  2. Willem Elsschot, Kaas (1933).
    Hoofdpersoon Laarmans wordt handelsman, maar verwart sociale druk met ambitie. We jagen vooral onze eigen schaamte na, met een tragedie tot gevolg. Droog, hyperbolisch, onderkoeld, humoristisch. Als die Edammers over vijf dagen niet verkocht zijn, dan wordt de Gafpa getorpedeerd. Eigenlijk heb ik nog slechts vier dagen, want voor een man van zaken telt de zondag niet mee.
  3. Colm Tóibín, Het testament van Maria (The Testament of Mary, 2012).
    Verstild verhaal over Maria die met haar eigen gedachten en gevoelens moet doorleven na de kruisiging van haar zoon. Er doen zich momenten voor in deze dagen voordat de dood mijn naam komt fluisteren, me naar de duisternis roept, me tot rust verleidt, waarop ik besef dat ik meer wil van de wereld. Niet veel, maar meer. Als water in wijn kan worden veranderd en de doden tot leven kunnen worden gewekt, dan wil ik dat de tijd wordt teruggedrongen. (…) Dat is nu voorbij. De jongen werd een man, ging van huis en werd een stervende gestalte aan een kruis. Ik wil me kunnen voorstellen dat wat er met hem is gebeurd niet zal komen, maar ons zal zien en besluiten: niet nu, niet deze mensen. En dan zullen we in alle rust oud kunnen worden.
  4. Hans Keilson, Komedie in mineur (Komödie in Moll, 1947).
    Kalm maar verontrustend verhaal over twee mensen die een onderduiker in huis nemen. De angst had ze gezien, de gruwelijke, hulpeloze angst die omhoogkomt uit het verdriet en de wanhoop en aan niets meer houvast vindt. Geen angst of wanhoop om een mens of om een ding, niets, niets, alleen maar overgeleverd zijn, losgeslagen van elke zekerheid, van elke waardigheid, elke liefde.
Mooiste boek (autobiografie)
  1. Boris Pahor, Necropolis (Nekropola, 1967).
    NecropolisKrachtige herinneringsliteratuur van de Sloveens-Italiaanse auteur en overlevende van Natzweiler-Struthof, een naziwerkkamp in de Vogezen. De beeldende beschrijvingen van het verleden zijn ingebed in een dag waarop de auteur met een groepje toeristen terugkeert naar het kamp, en dringen zich aan je op in meanderende, filosofische zinnen. Pahor is vindingrijk in het zoeken naar metaforen als gruwelijke illustratie. De volgende nacht waren er geen gewonden om mee te nemen. Er was wel iemand in de tunnel van een hoge steiger gevallen, maar die was helemaal slap toen ze hem binnenbrachten, alsof ze hem van al zijn beenderen hadden ontdaan. Ze belden naar Dora [kamp] en brachten hem er meteen naartoe, want in Harzungen was geen verbrandingsoven.
  2. Hans Keilson, Daar staat mijn huis (Da steht mein Haus, 2011).
    Korte terugblik op een lang leven. Mijn leven en mijn herinneringen zijn aangevreten door de rookwolken van de vernietiging.
  3. Herman Sandman, De lange leegte (2011).
    Bundel columns. Het later verschenen De laatste bus naar Slochteren is nog beter, maar ook in deze bundel wisselen droge humor en nostalgie elkaar reeds af. Thuis is waar je herinneringen liggen en dat zijn voor mij de Veenkoloniën.
Mooiste boek (non-fictie)
  1. Barbara Tuchman, The Guns of August (1962).
    Hoe komt het tot een oorlog? Amerikaanse historica veegt de vloer aan met de homo politicus en homo militaris van honderd jaar geleden en met hun gebrekkige communicatie en misverstanden. Na het lezen van deze gedetailleerde en humoristische klassieker zie je zelfs de diplomatie van Timmerfrans in een ander licht. On August 16 OHL [Oberste Heeresleitung] (…) moved to Coblenz on the Rhine some eighty miles behind the center of the German front. Here Schlieffen had envisaged a Commander in Chief who would be no Napoleon on a white horse watching the battle from a hill but a ‘modern Alexander’ who would direct it ‘from a house with roomy offices where telegraph, telephone and wireless signalling apparatus are at hand while a fleet of autos and motorcycles ready to depart, wait for orders. Here in a comfortable chair by a large table the modern commander overlooks the whole battlefield on a map. From here he telephones inspiring words and here he receives the reports from army and corps commanders and from balloons and dirigibles which observe the enemy’s movements.’
    Reality marred this happy picture. The modern Alexander turned out to be Moltke who by his own admission had never recovered from his harrowing experience with the Kaiser on the first night of war. The ‘inspiring words’ he was supposed to telephone to commanders were never part of his equipment and even if they had been would have been lost in transmission. Nothing caused the Germans more trouble, where they were operating in hostile territory, than communications. Belgians cut telephone and telegraph wires; the powerful Eiffel Tower wireless station jammed the air waves so that messages came through so garbled they had to be repeated three or four times before sense could be made of them. OHL’s single receiving station became so clogged that messages took from eight to twelve hours to get through.
  1. Michael Howard, The First World War (2002).
    Uitstekende beknopte inleiding biedt genoeg aanknopingspunten voor meer verdieping naar eigen keuze.
Mooiste fotoboek
  1. Mark Nixon, Much loved (2013). Verzameling portretten van stukgeknuffelde teddyberen. Een liefdevol eerbetoon.
  2. Anjès Gesink, Vogels huilen niet. Klein vogelleed in de grote stad (2014). Geknakte, gebutste en besmeurde vogels die in confrontaties met het moderne leven een fysieke en vast ook psychische deuk hebben opgelopen.
Beste fenomeen

Potholes (juni). Tot een reis naar Yorkshire had ik er nog nooit van gehoord. Er bestaan zelfs officiële websites, zoals potholes.co.uk, mypotholes.com en fillthathole.org.uk. En nee, die laatste is geen porno.

Beste beslissing

Bureau naar woonkamer (juli). Je belangrijkste meubelstuk dien je op een centrale plek neer te zetten, conventies over esthetiek ten spijt.

Mooiste dier

Ransuil, begraafplaats De Nieuwe Ooster, Amsterdam (eerste kerstdag). Het was even zoeken, maar onovertroffen vogelvriend M wist de drie vogels uiteindelijk te vinden. Klein, bruin en roerloos, en met twee guitige oortjes en oranje kraaloogjes. Tukkend, jagend en brakend in hun conifeerachtige den, getuige de vele ballen onder de boom en naast het graf van ene Grietje.

Slechtste spatiegebruik
  1. ‘Natwegdek’ (waarschuwingsbord aan de Veemkade, juli). Blijkbaar zijn de wegen in Nederland zo vaak natgeregend dat ze een iconische status hebben verworven. Natwegdek versus droogwegdek. ‘Nou, Kareltje, ik heb even naar buiten gekeken en we hebben weer natwegdek vandaag! Doe je voorzichtig op de fiets?’
  2. ‘Oostenrijksehanggeranium’ (Intratuin, juli). De Intratuin verkoopt nu ook geraniums van Oostenrijkse hang. Superinnovatief!
  3. ‘Ik heb ervaring in huis houden, baby zitten en ouderen helpen’ – huishoudelijke hulp zoekt werk via briefje in de brievenbus (juli). Deductie en analogie zitten wel goed, maar de twee spaties waar ze niet horen maken de diensten ineens heel plastisch.
Mooiste postzegel

Binnenland: Orchideeën van het Gerendal (maart). Zwierige, klassieke tekeningen in roze en geel, voorzien van leerzame informatietekstjes.

Buitenland: Nie wieder Krieg (september). Duitsland stelt mens, mening en macht centraal op stijlvolle WO I-herdenkingszegel in zwart-wit.

Beschamendste taalgebruik

Toespraak Landelijk Team Forensische Opsporing over wat er na de MH17-vliegramp met de lichamen gaat gebeuren (juli). Agent bromsnor spreekt in de wonderlijkste nominalisaties en passieve vormen, in de ene anakoloet na de andere, om dan plots te vervallen in wat voor hem waarschijnlijk geruststellend jargon moet zijn. ‘Sets’ dus in plaats van ‘lichamen’. Het ergste zijn wel het herhaaldelijke ‘indentificatie’ [sic] en ‘geïndentificeerd’ [sic], en de verspreking van ‘straal’ naar ‘straat’ terwijl uiteindelijk bleek dat hij gewoon ‘plaats’ wilde zeggen. Waarom heeft dit team geen persvoorlichter?

Beste namiddag

Schemering aan het Oslofjord (oktober). Een langzame vermenging van doffe regenhemel met afnemend licht. Zeekoet duikt onder het groengrijze water; alleen de kringen geven beweging. Het beschutte terras biedt rode wijn en een bordvol ‘taste of Norway’ met rendierworst en gefermenteerde forel.

Beste tip

Freelance redacteur wijst op afhalingstekens en harde spaties, uit het boek Leestekens geregeld van Genootschap Onze Taal (december).

Mooiste kerk

AysgarthSt. Andrew’s, Aysgarth, Yorkshire Dales, Engeland (juni).
Met onze Fiat 500 waren we op weg naar het informatiecentrum in een plaatsje verderop. Daar in Aysgarth blikte ik opzij, en in de groene heuvels, wat lager dan de weg waarop we reden, piekte een vierkante toren boven het landschap uit. En daar gingen we al, rechtsaf, naar beneden, door een hek, over een smal pad onder de bomen, langs het kerkhof, naar de kerk. Binnen was het leeg, stil, donker en koel. De kerk zoals die hoort te zijn: ontvankelijk en vooral niet opdringerig.

Beste historische aandacht

Natuurlijk: het WO I-centennial (juli-november). Maar het is niet alleen het feit dat het honderd jaar geleden is dat WO I uitbrak. Misschien nog wel meer dan dat is het ‘t besef dat wij, geliefde S en ik en onze vrienden, de leeftijd hebben van de soldaten die destijds naar het front gingen. De Duitse kunstenaar Franz Marc bijvoorbeeld werd geboren in 1880 († 1916, Verdun), diens kunstenaarsvriend August Macke in 1887 († 1914, Marne), en zo ook Rupert Brooke († 1915, op weg naar Gallipoli). Robert Graves werd geboren in 1895 en Wilfred Owen in 1893 († 1918, Ors). Siegfried Sassoon in 1886, Edward Thomas in 1878 († 1917, Arras). Trek de jaartallen honderd jaar door en je hebt onze generatie. John Keegan stelt in zijn boek The First World War dat het merendeel van de Duitse jongens geboren tussen 1870 en 1899 in de oorlog diende, en dat 13 procent van hen sneuvelde. Van geboortejaar 1892-1895 is ongeveer 37 procent gesneuveld, cijfers vergelijkbaar met die van Frankrijk en Groot-Brittannië. Eén op de drie, geen wonder dat men sprak van een verloren generatie, zoals Keegan toelicht. Tegenwoordig zou Generatie Y naar het front gaan; tussen 1992 en 1995 is vrijwel heel One Direction geboren.

Onwerkelijkste moment

Vriend Y houdt een taxi aan op Manhattan (maart). Jawel, zo’n gele.

Zieligste dier

Secretarisvogel in de Apenheul ziet zijn instinct ten prooi gevallen aan entertainment (oktober). De vogel probeert zijn nestdrang te volgen en bouwt in een hoekje van een continu door de vrijetijdsmens bevolkte loopbrug een hoopje zand en bladeren. De vogel staat wat te dralen tegenover de parkbezoekers, die zich op nog geen twee meter afstand aan de drift vergapen. Wat een treurnis.

Stomste pretpark

Apenheul (oktober). Tussen de hordes volwassenen met kinderwagens verbaas je je eerst nog over de aard van het vermaak, die leidt tot opgewekte verzuchtingen als ‘kijk, hij zit te eten’. Ha, fijn dat iemand dat even benoemt. Alsof we niet met z’n tientallen tegelijk naar het dierenverblijf staren en dat dus niet allemaal zelf kunnen constateren. Alsof we getuige zijn van een nog onbekend natuurfenomeen – nou zeg, een aap die éééét! Totdat je na een paar uur ook jezelf en plein public een soortgelijk niemendalletje hoort zeggen. Misantroop word je ervan, die Apenheul.

Beste exit
  1. Twee vrienden na verjaardagsfeest (november). Vriend R, gehuld in DDR-jas, belt beneden gewoon weer aan, geliefde S antwoordt met ‘Stasi hier’ en wat volgt is een ondoorgrondelijke uiteenzetting via de intercom met wegens de lengte van de aanbeller slechts kin en boven de jas uit waaiende pluk borsthaar. Ondertussen schuift een tweede vriend diens gezicht horizontaal ervoorlangs in close-up voor de camera. De iris en de spraak als moderne kunst.
  2. Omhoog blikkend naar vriendin D, die zich met Bertolt Brecht-allure in badjas in de deuropening van een Amsterdams appartement met houten trappenhuis in drie kleuren posteert (november). Hotel A wordt in één klap Bordeel A.
Mooiste verheffing

De University of Cambridge heeft de dagboeken van Siegfried Sassoon ingescand en online gezet (juli). Na alle hogeresolutiepropaganda van MH17, Gaza en IS-onthoofdingen is het prettig om op internet ook eens iets onverdeeld moois voorgeschoteld te krijgen. Grijsblauwe inkt, gehavende rode en zwarte kaftjes, modder van de Somme.

Grootste geheugenfaling

Zaterdagochtend even voor zevenen, op weg naar congres (september): ik vergeet een plastic tasje met congreskleding bij mijn fiets die ik op Amsterdam Centraal heb gestald, wat ik pas in de trein ontdek, wanneer ik bovendien in de verkeerde trein blijk te zijn gestapt. Met de beste wil van de wereld kan ik me vervolgens niet herinneren of ik heb ingecheckt of niet. Eenmaal op locatie vertel ik het verhaal besmuikt aan een collega, die laconiek reageert: twee uur eerder was zij, wachtend op haar lift, per abuis bij de krantenbezorger in de auto gestapt. De avond ervoor had ze in de parkeergarage haar auto niet herkend; ze had de auto van haar ouders geleend en terwijl ze daar dus ’s ochtends vrolijk in had rondgereden wist ze ’s avonds echt niet meer hoe het voertuig eruitzag.

Krankzinnigste avond

Salonbijeenzijn wegens afscheid vriend Y ontaardt in Preston Palace-oefening (februari). Wat begon met een fijnzinnig glas aperitiefwijn uit de Moezelstreek, eindigt met vriendin I alias Brenda die als het erop aankomt de tequila nog uit haar navel zou laten lurken. ‘Kluiving gaande’ bleek een geliefde nominalisatie voor tongzoenen en tegelijkertijd met ogen open WhatsApp’en, ‘als een vis op het droge’.

Beste documentaire
  1. Hiver Nomade (Winter Nomads), Manuel von Stürler (februari).
    Jonge vrouw uit de stad verkiest het herdersleven. Haar leermeester is vriendschappelijk doch streng. Samen met een kudde schapen trekken ze maandenlang langs de besneeuwde Zwitsers-Franse grens. Een realistische natuurfilm over verlangen, kou en je bestemming vinden.
  2. Præsidenten (The President), Christoffer Guldbrandsen (mei).
    Hoe Europa een baas kreeg, langs de lange weg van de verworpen Europese Grondwet en het Verdrag van Lissabon, in uiteindelijk de persoon van Herman van Rompuy. Interviews met protagonisten van de generatie Jacques Chirac, Gerhard Schröder en Tony Blair bieden een interessante terugblik op wederzijds vertrouwen versus nationale belangen. Joschka Fischer, Duitse minister van Buitenlandse Zaken van 1998 tot 2005, stelt dat de Europese leiders in die jaren hoe dan ook poogden Europa vorm te geven, als idee, als concept. Volgens Fischer zijn we nu terug bij af: de lidstaten denken weer nationaal. Als kijker blijf je achter met de opbeurende conclusie, ondanks al het gekonkel, dat de Europese gedachte een progressieve is. Verplichte kost voor al wie twijfelt aan Europese (on)zin.
  3. L’image Manquante (The Missing Picture, Rithy Panh (april).
    Verslag in kleipoppetjes van concentratiekampen onder de Rode Khmer in Cambodja. De vader die uiteindelijk stopt met eten is afstandelijk en tegelijkertijd teder in beeld gebracht.
Lelijkste anglicisme
  1. ‘(…) hij wil niet meer babysitten, maar met zijn vrienden uithangen’ – Trouw (november).
  2. ‘(…) je hart uitzingen’ – Trouw (november).
  3. ‘Je hoofd in Lego’ – kop op de voorpagina van NRC Next (oktober). Hoe dan, stelde vriend P zich voor, met je harses ondersteboven in een bak?
Mooiste dierengeluid

Buizerd. Gehoord en gezien tijdens avondlijke fietstocht in Drenthe (augustus) en tijdens wandeling in de Waterleidingduinen (eerste kerstdag). De ANWB Vogelgids schrijft: ‘luid, dalend, miauwend piiiejèh, vooral in vlucht’. In de Waterleidingduinen schoot me een boektitel te binnen van de eerder dit jaar overleden Duitse auteur Siegfried Lenz: Es waren Habichte in der Luft. Een buizerd is geen havik, maar behoort wel tot de familie van de havikachtigen. Geen vogel die zo schel en hol tegelijk klinkt, als roep van verwachtingsvolle twijfel.

Ergste schuldgevoel

Onuitgelezen wegleggen van Charlotte Bronte’s Wuthering Heights (juni). Ondanks vermakelijk humoristisch begin kon ik er niet doorheen kauwen.

Slechtste grap

Geliefde S staat kromgebogen voor de wasmachine en probeert ter reiniging de wasmiddellade eruit te halen (oktober). Na wat vruchteloos gewrik schiet de la ineens los: ‘Oh ja, daar komt ie. Ik zie het hoofdje al.’ Dat zus M net was bevallen zal aan deze wansmaak hebben bijgedragen.

Grootste tourist trap
  1. Empire State Building, New York (maart). Duur, zelfs hartje winter in de avonduren nog wachtrijen bij het overstappen van lift naar lift, en vervolgens een skyline zonder die kenmerkende toren, want daar sta je zelf boven op. Ga veel liever naar de Top of the Rock: goedkoper, rustiger en een beter uitzicht.
  2. Weinkeller in Cochem, Duitsland (september). Naam vergeten (Osler? Öster?); niet te googelen. Enorme collectie, helaas inclusief derderangs bocht. Wij namen een fles riesling uit 1992 mee, die verworden bleek tot troebele appelsap. Ronduit smerig. Als je dat voor 7 euro per fles durft te verkopen ben je gewoon een oplichter.
Beste speelfilm
  1. Shell, Scott Graham (februari).
    ShellVader en dochter worstelen met elkaar en het bestaan in de Schotse Hooglanden. Vader heeft een pompstation annex garage, waar de zeldzame klanten nauwelijks voor afwisseling zorgen. Elk geluid van een naderende auto wordt met ingehouden adem afgewacht; teleurstelling en frustratie wanneer het voertuig voorbijraast. Tegenover het personage van de dochter – 17 jaar, het luik naar de wereld staat in haar hoofd al lang open maar wordt door de omstandigheden telkens dichtgesmeten – is dat van de vader eigenlijk nog indrukwekkender: gemankeerd contact met dochter en klanten, jaren geleden verlaten door zijn vrouw, aan epileptische aanvallen lijdend, sleutelend aan zijn schroot zonder groter doel, en toch met het loodzware besef dat hij zichzelf en zijn dochter tot last is. De beklemmende ontknoping betekent voor Shell een bevrijding.
  2. Tom à la Ferme (mei) / Mommy (november), Xavier Dolan.
    Gedeelde tweede plaats voor beide films van de Canadese filmregisseur, die een talent heeft voor het verbinden van vervreemding aan huiselijke details. Puberjongens met eyeliner die in de keuken met de buurvrouw dansen op Celine Dion; mannentango in een boerenschuur; ongeremdheid in genotsmiddelen dan wel persoonlijkheidsstoornissen. De moeder als obstakel en als redding is nooit ver weg.
  3. Leviathan, Andrey Zvyagintsev (oktober).
    Op het Russische schiereiland Kola is het lastig leven met de corruptie, bureaucratie, kerkelijke hypocrisie en de onbarmhartige natuur. De bulldozer op het einde van de film gaat door merg en been.
  4. Clouds of Sils Maria (september).
    In de Zwitserse bergen reflecteren een toneelactrice van de jonge garde en eentje van de klassieke school op ouder worden, vriendschap, identiteit en de juiste mening. De generatiekloof is niet te dichten.
  5. The Selfish Giant, Clio Barnard (februari).
    Slecht aflopend sprookje over kinderuitbuiting in het eigentijdse Bradford. De moraal is glashelder: overleven is onmogelijk in een maatschappij waarin iedereen elkaar voortdurend besodemietert.
  6. Diplomatie, Volker Schlöndorff (april).
    Verbaal karakterdrama. Duitse opperbevelhebber en Zweedse consul gaan aan het einde van WO II met elkaar de strijd aan over de vernietiging van Parijs. Wat is de Franse hoofdstad zonder Notre Dame, zonder het Louvre? Onder het wijzemannenaura dreigt de ongemakkelijke gedachte dat het lot van de wereld afhangt van elitaire grillen, niet voor het eerst en ook niet voor het laatst.
  7. Starred Up, David MacKenzie (juni).
    Wat is dit voor titel? ‘Opgesterd’, ‘omhoog gesterd’: heel soms is het Engels kernachtiger dan het Nederlands. Jonge Britse gevangene krijgt een sterretje achter zijn leeftijd: hij is niet te handhaven en wordt overgeplaatst naar volwassenendetentie. Vastzitten in klasse, desinteresse en oude patronen leidt hier toch tot een soort catharsis.
  8. Deux jours, une nuit, Jean-Pierre en Luc Dardenne (augustus).
    Waalse moeder moet knokken voor haar baan en verkent de diepste grenzen van schaamte en op de loer liggende depressie. Naturel en levensecht.
  9. August: Osage County, John Wells (maart).
    Familieleden in het zuiden van de VS komen noodgedwongen weer bij elkaar in het ouderlijk huis na vermissing van pa. Humor en drama gaan zelden goed samen, maar dit is een geslaagde poging. Familiaire dramacocktail van ziekte, verslaving, liefde, scheiding, overspel en de onderlinge verhouding tussen de drie zussen en hun aanhang. De schakeringen van emoties, vooral van irritatie versus in de lach schieten, zijn subtiel en realistisch in beeld gebracht, als originele interpretatie van de geijkte haat-liefdeverhouding. Herhaaldelijk gingen de woorden van vriendin I door mijn hoofd, dat je familiebijeenkomsten maar gelaten moet ondergaan en voortdurend bij jezelf moet denken: ‘júllie zijn allemaal gek’.
  10. The Wolf of Wall Street, Martin Scorsese (januari).
    Verfilming van het leven van Jordan Belfort, een bezeten verhaal over fraude op Wall Street. De zoveelste manische rol van Leonardo DiCaprio. ‘Fun coupons’ als synoniem voor dollarbiljetten houden we erin.
  11. The Grand Budapest Hotel, Wes Anderson (maart).
    Feelgood in het interbellum. Dit is waarschijnlijk hoe Amerikanen Europa zien: bergen, hotels, kostuums, banketbakkersdoosjes met lint. Decor tot in de puntjes verzorgd.
Slechtste speelfilm
  1. Gone Girl, David Fincher (december).
    In recensies geprezen als 21e-eeuwse Hitchcock, wat mij betreft niet meer dan een doorsneethriller. Razendsnelle plotwendingen; strakke dialogen uit gestileerde monden van te mooie mensen; politieagenten die een huiszoeking uitvoeren met een grote kartonnen koffiebeker in de hand. Grotesk is niet per definitie onwaar, maar dan zouden de personages een stuk morsiger zijn (vergelijk de documentaire The imposter, oudejaarslijst 2013). Na vele arthousefilms is Ben Affleck gewoon niet meer te hachelen.
  2. Dallas Buyers Club, Jean-Marc Vallée (januari).
    Interessant wegens het aidsthema in de jaren tachtig, maar met een dikke laag Amerikaanse boter over goed en fout. Het gebleekte gebit van de voor zijn hoofdrol ultramagere Matthew McConaughey is gedurende de hele film een vervelende afleiding, vooral tijdens de huilscène in de auto. Samen met de vuist op tafel in de bibliotheek is die scène een clichématig dieptepunt.
  3. A weekend in Paris, Roger Michell (mei).
    Echtpaar uit Birmingham probeert de liefde te herontdekken door een reisje naar Parijs. Tragikomedie met naar Britse maatstaven zeer middelmatige grappen. Lang geleden dat ik me zo heb verveeld in de bioscoop; vriendin D viel als een blok in slaap.
Beste wijn

Het was een goed wijnjaar, maar niets kan tippen aan de Lafleur Mallet, Sauternes, 2011. Herkomst: Sauternes, Bordeaux, Frankrijk. Druiven: muscadelle, sauvignon, semillon. Edelrot (botrytis). Kleur: stro. Geur: kelder, zoet-bloemig. Smaak: zoet, romig, dan alcoholisch (port, grappa?), scherp; de afdronk is romig-zoet. Vervolgens neem je een hap Blue Castello en waan je je in de vinologische schimmelhemel. Absolute vijfsterrenervaring.

Beste tentoonstelling
  1. Roman Vishniac (re)discovered, Joods Historisch Museum, Amsterdam (juli). Voor mij was het discovered, want ik had de beroemde zwart-witfoto’s van Roman Vishniac nog nooit met aandacht gezien. De joodse Vishniac maakte de grote gebeurtenissen in de afgelopen eeuw mee, die hij documenteerde met zijn fotografie. Van de crisis in Duitsland in de jaren ’20, via de opkomst van het nazisme en de verarmde joodse gemeenschappen in Oost-Europa in de jaren ’30, tot de displaced persons in de vluchtelingenkampen die hij na WO II bezocht, tot het leven van de joodse gemeenschap in New York, van wie velen hun wortels hadden in Oost-Europa en Rusland. Verrassend zijn ook de portretten in de VS van Albert Einstein en Marc Chagall, en zelfs bij de afsluiting van de tentoonstelling – dia’s van microscoopfotografie; eigenlijk was Vishniac bioloog – blijf je als bezoeker geboeid. Tegen die tijd hadden wij al een uurtje of twee door de lens van Vishniac de twintigste eeuw beleefd, met daarin een centrale plek voor de Oost-Europese joden in de jaren voor hun vernietiging. Machtig en aangrijpend.
  2. Schönberg & Kandinsky. Tegendraads in kunst en muziek, Joods Historisch Museum, Amsterdam (januari). Op een chronologisch overzicht zag ik dat kunstenaars Franz Marc en August Macke beiden zijn gesneuveld in WO I. Een nieuwe verdieping in Der Blaue Reiter en een acuut opflakkerende belangstelling voor WO I waren het resultaat van de kiem die ontstond bij dat chronologiebord.
Beste foto

Behind every powerful man there’s a woman rolling her eyes. Vriend P giet op de voorgrond de Cuvée de Salon door een trechter, terwijl vriendin I haarscherp in beeld op de achtergrond de handen voor het gezicht slaat. De Grote Wijn- en Spijsquiz 2014 (maart).

 Beste muziek
  1. Ensemble Epsilon. Dit Franse groepje heeft zich toegelegd op motetten uit de renaissance. De mens in transitie als oorstrelende samenzang, en alleen al vanwege de sopraan die ook de begeleiding voor haar rekening neemt een weldadige aanblik.
  2. Cro, Traum. Opgewekte Duitse rap. Doch du bist eine von denen/Die man nicht suchen darf/Sondern irgendwann mal auf der Straße trifft.
  3. Petula Clark, La Nuit n’en Finit Plus. Soundtrack van Deux jours, une nuit. Vrolijke, zelfbewuste somberte.
  4. Lana Del Rey, West Coast (Radio Mix). Vooruit, we hebben het misschien wel een beetje gehad met de aanstellerige doodscultus van deze Elizabeth Woolridge Grant. Maar ze heeft nog niet eerder in de oudejaarslijst gestaan terwijl daar elk jaar wel een aanleiding voor was. Dit jaar is dat West Coast, wel uitsluitend in deze mix. Del Rey grossiert weer eens in ongearticuleerde liefdesverklaringen en lome (on)tevredenheid.
Slechtste bediening

Willekeurige kroeg in de Jordaan, nooit eerder geweest (december). Serveerster met hipsterbril vergeet uiteraard de bitterballen en heeft geen idee waarvoor we haar terugroepen. Het verbaast ons al niet eens meer.

Beste bediening

Restaurant Bordewijk, Amsterdam (december). Niet vaak steelt Amsterdam de bedieningshow, ook daarom mag dit wel in deze lijst. Tijdens het voorgerecht een choreografie van vier obers om de tafel; serveersters die vervolgens vragen of je nog iets wilt drinken. Het kan dus wel degelijk, en het is niet eens onbetaalbaar.

Beste citaat

‘Het is een misverstand dat je kennis gewoon kunt vinden als paddenstoelen in het bos.’ – auteur Ilja Leonard Pfeijffer, over studenten die een studie kiezen wegens vermeende baangarantie en internetters die alle gevonden informatie klakkeloos aannemen, column in NRC Next (mei).

Sympathiekste kunstinitiatief
  1. Blood Swept Lands and Seas of Red (augustus-november). Ter nagedachtenis aan de in WO I gesneuvelde Britse soldaten plaatsten kunstenaar Paul Cummins en podiumontwerper Tom Piper rond de Tower of London 888.246 klaprozen van keramiek. Inmiddels is de installatie weer afgebroken; te snel om Londen nog te kunnen bezoeken.
  2. Amsterdam Light Festival (januari, november-december). Riekt naar city marketing, maar er staan erg mooie kunstwerken tussen. Topstuk dit najaar: Ghost Ship naast het Scheepvaartmuseum. Het beeld dat door sproeiers en licht ontstaat doet je vrezen dat dadelijk het dodenleger uit het derde deel van The Lord of the Rings van boord gaat. Het festival biedt oogstrelende bakens in een land van traag invallende schemering.
Nooit meer horen in 2015

Broodbuik.
Vrouwelijke collega’s van vriend P: ‘Spelt, weet jij wat daarin zit?’
Vriend P: ‘Ja, gelul.’

Statistieken

Aantal fouten Groot Dictee: 20
Gehuild: minstens 20 keer
Gehuild van het lachen: minstens 10 keer
Dagen ziek: 3
Wildgeplast: 1 keer
Aantal manke dieren gezien: 2 [ree (Elzas); vos (Waterleidingduinen)]
Aantal kattenbraakjes opgeruimd: minstens vijftien
Gebeten: minstens 10 keer [eend (in Hortus Botanicus); Jack Russell vanuit buggy (in dierenwinkel); konijn (idem); schildpad (in aquarium geliefde S); herhaaldelijk door kat Silvester]

Lees meer over de oudejaarslijsten >>