2020 ~ de architect

Een prettige gevangenis

Voor architect Douwe Strating was 2020 een rustig jaar, en dat kwam slechts deels door ‘dat coronaatje’. Sinds een val uit een boom wordt hij verzorgd in een huis dat hij zelf ontwierp. In november werd het bekroond met een duurzaamheidsprijs. Een gesprek over de waarde van lelijkheid, over de kokende zon, levende oppervlaktes en natuurlijk zijn gefixeerde voet. ‘De tijd wordt hier één koek.’

Tekst Ankie Lok

Het klinkt als een tragikomedie: de architect die veroordeeld wordt tot zijn ‘eigen’ huis. Het overkwam Douwe Strating (32), juist toen hij misschien wel het grootste succes van 2020 beleefde. Het huis in Zutphen dat hij had ontworpen voor zijn ouders was genomineerd door de jury van de Nationale Duurzame Huizenroute. De organisatie kwam langs om te filmen, Strating wist zelfs al dat hij gewonnen had. 
Na de opnames wandelt hij langs de IJssel. In de herfstschemering klimt hij in een van de bomen aan de dijk, in een opwelling, zoals hij dat wel vaker doet. Maar hij glijdt uit. En hij had dit jaar al zo veel te overwinnen, vertelt hij in een videogesprek. 

Wat was de zin van dit jaar?
‘Mijn zin van 2020 was een onbevooroordeeld jaar. Ik had veel vooroordelen en merkte dat die me alleen maar tegenhielden. Over mensen die te hard reden, koppen die me niet aanstonden, situaties in winkels. Vooral ergernissen aan anderen. Dat hield me erg bezig en kostte veel te veel tijd. Bovendien werd vaak het tegendeel bewezen, dan kwam iemand verrassend uit de hoek en voelde ík me juist een oen. Ik ontdekte dat ik eigenlijk heel wat miste.’

Hoe gooit een mens zomaar zijn vooroordelen overboord?
‘Het viel samen met het einde van mijn relatie. Ik verhuisde naar een verschrikkelijke plek in Rotterdam-Zuid, zonder koelkast en internet, en naast een rotonde waar dag en nacht auto’s overheen scheurden. En je had daar alleen maar rare mensen, of in ieder geval mensen aan wie ik me niet kon relateren. Maar op straat bleek ik toch leuke gesprekken te kunnen voeren. En toen ben ik wéér verhuisd en bij een vriend gaan wonen, waar ik merkte dat ik was vastgeroest in gewoontes. Die vriend gaf me een nieuwe impuls, met gekke filmpjes en leuke muziek. Vervolgens kwam dat coronaatje en hebben we veel lol gemaakt.’ 

De kaars

Merk: Gouda
Origineel formaat: 25 x 2 cm
Kleur: wit

Als architect kijk je naar constructies. Zat dit jaar goed in elkaar?
‘Ik denk het wel. Een goed ontwerp heeft mooie en lelijke dingen en draagt contrast in zich. Het was een bewogen jaar, voor iedereen. Dat is een goed ontwerp ook: beweeglijk, met verschillende indrukken.’

Heb je die lelijkheid ook in jouw ontwerpen nodig?
‘Ik ontwerp het niet, maar ik zie het wel. In het huis waar ik nu zit bijvoorbeeld staan bepaalde verhoudingen me helemaal niet aan, denk aan de afmetingen van een raam in een muur. Daar leer ik veel van. En met die lelijkheid kun je ook spelen: je kunt zoiets expres opblazen en er het lijdende voorwerp in het ontwerp van maken. Dat ergens een pukkel aan zit die niet te herleiden is. Wat me tegenstaat aan de huidige bouw is dat het zo rationeel is, efficiënt, gericht op doorverkoop. Op Funda staat een prijs gekoppeld aan oppervlak en locatie, het maakt geen reet uit hoe het eruitziet. Maar de waarde zit ’m juist in verhouding en vormgeving.’

Voortbordurend op die irrationele inslag: waardoor krijgt een huis een ziel?
‘Door tijd, als het verweert en de gebruiker z’n dingetjes ermee doet. Maar ook door echte materialen en detaillering die door vakmensen is bedacht en gemaakt. De huidige bouw bestaat vaak uit elementen uit fabrieken en die maken een ontwerp nog weleens plat. Tot de jaren zeventig werd nog met de hand gebeiteld en gemetseld, waardoor het resultaat soms een beetje scheef werd. De oppervlaktes gaan dan leven. Maar die zijn nu doodgemaakt door machines. Ik heb bij dit huis alles uitgetekend, zelfs de stopcontacten en alle stenen zodat die niet voor de helft gekapt hoefden te worden. Dat precieze uittekenen gebeurt nauwelijks meer, want dat is veel te duur.’

Stratings visie op zijn beroep schemert door in zijn bedrijfsnaam, die begint met een nul. Want, zo valt te lezen op zijn website: weten is ondergeschikt aan vragen. ‘Ik bedoel daarmee dat je je tijdens een ontwerp moet blijven afvragen of wat je bedenkt daadwerkelijk iets toevoegt.’ Hij blijft graag betrokken tijdens de bouw, ‘tot de keukenkastjes aan toe’. 

Een architect blikt vooruit, naar iets wat er gaat zijn. Verlies jij niet je interesse als een huis er eenmaal staat?
‘Nee. Ik vind het fijn dat ik nu zo lang in dit huis kan zitten. Het verandert ieder uur, iedere dag krijg ik een idee over hoe het huis me beïnvloedt en hoe dat in een nieuw ontwerp zou passen of beter zou kunnen. De slaapkamer zit hier op oosten, door de vitrage valt het zonlicht mooi naar binnen, dat is prettig wakker worden. Elke slaapkamer zou dus op het oosten moeten zitten.’

Maar je bent toch niet bij elk huis zo betrokken?
‘Er zijn natuurlijk opdrachten waar ik meer uitvoerder ben van iemands wensen. Maar dat is niet wat het vak inhoudt. Als je een architect zoekt, kies eentje wiens ontwerpen je aanstaan, geef diegene een summier eisenbriefje en kijk wat er uitkomt.’

Je bedoelt: een architect is een kunstenaar?
‘Dat vind ik niet hoor. Al zijn er wel effecten die daaraan raken: licht, ruimte, geur, vervreemding of juist intimiteit. Maar het uiteindelijke werk is heel technisch en vergt voortdurend overleg en management. Je krijgt een container met randvoorwaarden, zoals wetgeving, eisen van de gemeente en omwonenden, het budget, maar ook: waar zit de voordeur, hoe valt het licht? En dan begin je bij het dragende element, het onderdeel dat de spil is, een patio bijvoorbeeld. Vanuit daar ga je telkens een detailleringsstap verder: van volume naar ruimtes en naar de schakeling daarvan, naar materialen en technische eisen.’

(tekst gaat verder onder foto)

Tijdens het videogesprek zit Strating in dat dragende element van het huis in Zutphen: de tuinkamer, georiënteerd op het zuiden en waar de woonkamer en keuken aan vast zitten. Het idee was een huis in een huis, legt hij uit, een verwarmde woning en daaromheen grote buitenruimtes. Met de camera van zijn telefoon draait hij kort in het rond, door de langgerekte serre met hoge ramen en uitzicht op een diepe, groene tuin. Her en der staan potten met citroen- en limoenboompjes en vanuit de keuken is makkelijk in en uit te lopen, ‘voor kruiden of een mud aardappelen. En als in de winter de zon schijnt, kun je hier lekker zitten.’
Voor een milieuvriendelijk ontwerp kijkt hij ten eerste naar de plek, naar hoe hij de omgeving maar ook het weer kan gebruiken. Hij tekende dit huis in 3D, met simulaties van de zonnestanden. In zijn werkwijze klinkt een holistisch ideaal door: ‘Een duurzaam huis vraagt om anders nadenken over de invloed van energiestromen, zoals de warmte van de zon. En je moet bedenken hoe je je als bewoner zou bewegen door een dag heen.’

Even concreet: hoe werkt dat met die zon?
‘Deze tuinkamer is de motor van het huis. In de winter is het de verwarming, als de laagstaande zon in de woonkamer komt. Die warmte circuleert door het hele huis. Maar in de zomer, als de zon hoger staat, valt hij op het betonnen dak en wordt de tuinkamer juist een buffer. Zoiets wordt nogal eens vergeten, bijvoorbeeld in het nieuwe wijkje dat hierachter is gebouwd. Alle huizen zijn op het zuiden georiënteerd en bij de helft is geen rekening gehouden met zonwering, terwijl alles ontzettend goed is geïsoleerd. Als de zon eenmaal binnen is, krijg je hem nooit meer weg. Dus die bewoners koken in de zomer hun huis uit.’ 

Hoe wordt in dit huis stroom opgewekt? 
‘Met zonnepanelen. Het voelt leuk als je dan de wasmachine aanzet.’

Maar dan heb je wel een back-up nodig.
‘Ja, dat het heet het stroomnet. Het is jammer dat een huis in ons klimaat nog niet geheel zelfvoorzienend kan zijn.’

Mooiste/lelijkste architectuur van 2020

Mooiste: museum De Lakenhal in Leiden, restauratie en aanbouw nieuwe vleugel door Happel Cornelisse Verhoeven.
‘Mooi materiaalgebruik, subtiele detaillering.’

Lelijkste: museum Boijmans van Beuningen, renovatie door Mecanoo.
‘Een enorme schok dit jaar, ze gaan het “opknappen” met spacende vleugels. Een vriend van me stelde het juist: wat doet de nieuwe pier van Dubai International Airport in de binnenstad van Rotterdam?’

Inmiddels verblijf je hier noodgedwongen al bijna twee maanden. Hoe verhoudt het huis zich in deze uitzonderlijke omstandigheden tot jou?
‘Het is een gek huis, want het is binnen heel stil. Na twee weken stond ook de tijd vrijwel stil. Ik zit vaak gewoon maar naar buiten te kijken.’

Als kind hoorden we toch allemaal weleens op zondagmiddag de klok tikken? 
‘Precies, maar dat hoor ik hier voortdurend. De tijd wordt monotoon, wordt één koek. Het was dit najaar een tijdlang heel grijs, maar op een dag kwam het licht en werd alles ineens heel levendig, ook in mijzelf. En voor het raam komen allerlei vogels voorbij. Ik heb goudhaantjes gezien en toen een verpleegkundige mijn voet zat te verbinden, kon ik haar wijzen op een Vlaamse gaai.’ Lachend: ‘Ze had geen idee waar ik het over had.’

Hij moet de hele dag geholpen worden, vertelt Strating. Zijn linkervoet is gefixeerd met vier pinnen, waarvan eentje door de hiel. Als hij opstaat, verandert het lichaamsdeel in een ‘kloppende bloedzak’. ‘Ik kan nog geen kopje koffie zetten.’
Stratings val trekt begin november een streep door een zorgeloze middag. Het filmpje voor de juryprijs is gedraaid, zijn nieuwe vriendin is voor het eerst meegekomen naar de stad waar hij opgroeide en heeft net zijn ouders ontmoet. Ze wandelen met z’n tweeën over de dijk en kijken vanaf een bankje uit over de rivier. Waarna Strating overeind komt, enkele meters in noordelijke richting loopt en zijn handen tegen een Canadese populier zet. 

Wat doet een volwassen man in een boom?
‘Keith Richards is op Fiji ooit uit een palmboom gevallen. Van de vader van mijn vriendin kreeg ik een boek over Abraham Kuyper, die schijnt ook van klimmen te hebben gehouden. Ik vind dat wel een mooi rijtje om tussen te staan.’

(tekst gaat verder onder foto)

De Canadese populier waar Strating uit viel.

Wat maakt klimmen zo leuk?
‘Het is een fijne sport voor mijn lichaam, ik was altijd een wat kromme jongen. Ik klim sinds een jaar of drie, in bomen maar ook gewoon in de klimhal. Trainen geeft endorfine af en het is vaak een leuke puzzel om boven te komen.’

Maar ongezekerd boompje klimmen kan best gevaarlijk zijn. Waarom moest dat nou zo nodig?
‘De verhalen gaan natuurlijk dat ik indruk wilde maken op mijn vriendin. Maar het zag er gewoon uit als een lekkere boom om eens even in te gaan.’ 

En? Wilde je inderdaad indruk maken op je vriendin?
‘Dat mag je wel opschrijven, maar zo was het niet.’

Wat weet je nog van de val?
‘Ik herinner me de beweging die ik maakte en die leidde tot het uitglijden. Als ik er nu aan terugdenk, word ik er helemaal naar van, door alle gevolgen die het heeft gehad. Ik hing met twee armen aan de stam, één voet zat in de bast geklemd en de andere zette ik daarbij, waardoor mijn hele houding instabiel werd. En ik had natuurlijk geen goede schoenen aan.’ 

Hij wist meteen dat het mis was, zegt Strating nu. Hij belandde twee meter lager, in een kuil met basaltblokken. Zijn voet lag naast zijn enkel, het bot stak door de huid naar buiten. ‘Toen ik dat zag, en dat klinkt heel dramatisch… Mijn wereld stortte in. Ik dacht alleen maar: je gaat nooit meer lopen, je bent onverzekerd, je bent gewoon een enorme lul. Ontzettende klootzak, grootste oen van de wereld.’

Dus alles wat je ooit dacht over anderen moest je weer eens op jezelf betrekken?
‘Ja, dat was een mooi rondje.’

Twee jongens die verderop zitten te blowen helpen hem overeind, niet zonder risico omdat er lichamelijk nog meer aan de hand had kunnen zijn. Eenmaal terug op het bankje belt Strating zijn moeder. ‘Ik vertelde haar dat ik heel stom was geweest. Maar op dat moment ging ook de zon onder, achter de rivier, en kon ik alleen maar denken: wat een mooi plekje.’ De boom waar hij uit viel, staat vermeld op de website Monumentaltrees.com, met een geschatte leeftijd van 110 jaar.

(tekst gaat verder onder foto)

Met die blik van een buitenstaander had hij in 2020 al vaker om zich heen gekeken. Om het einde van zijn vorige relatie te verwerken, reisde Strating in de zomer naar Frankrijk. In zijn eentje zat hij vijf dagen in een tentje bij Fontainebleau en bezocht de plekken waar hij altijd met zijn ex-vriendin kwam. ‘Alles was aan haar gerelateerd. Ik ben daar ook gaan klimmen, ik maakte tekeningen van de omgeving en fotografeerde ’s nachts met een lange sluitertijd. Het zijn verstilde beelden geworden, surreëel, er spreekt verlangen en melancholie uit.’ Het was het kantelpunt van het jaar, zegt Strating. ‘Alles werd nieuw.’
Na Fontainebleau volgde een verblijf op Vlieland, waar hij voor het eerst LSD gebruikte, op de Vliehors in onstuimig weer. ‘Het woei, regen en hagel vlogen me om de oren en dan weer scheen de zon. En te midden daarvan had ik een introspectieve, ellendige ervaring die me teruggooide naar mijn kindertijd. Het was het mooiste dat ik ooit heb gezien en tegelijkertijd zag ik ook het lelijkste in mijzelf. Het werd een soort ego-dood.’

Wat moest er dan dood? 
‘Het idee dat de wereld om mij draait. En net als aan het begin van het jaar besefte ik in die trip dat het allemaal slechts in mijn eigen hoofd zat. Het was ook een enge ervaring. Maar toen ik daar uitkwam, was alles opgeklaard. Het werd stil en rustig in het hoofd, helemaal vlak. Alleen de pracht van de wereld kwam naar binnen. Ik kom al negentien jaar op Vlieland, maar voor het eerst voelde ik me verbonden met de plek.’

Hoe keek je naar jezelf op dat bankje aan de IJssel?
‘Ik belandde in een roes. De ambulance en mijn ouders kwamen, ik werd in een deken gehuld die opgeblazen werd en waarin ik het heel warm kreeg, alsof ik in een baarmoeder zat, en ik kreeg een shot ketamine. De ambulanceverpleegkundigen begonnen aan mijn voet te sjorren in een vergeefse poging die recht te zetten. Mijn vriendin en mijn moeder moesten ondertussen maar even afzijdig blijven.’ 

Had je daar de ergste pijn van 2020?
‘Ik was half onder zeil, dus ik voelde het niet echt. Het ritje naar het ziekenhuis was kort maar heerlijk: alsof je op een schip zit en heel veel gedronken hebt. In het ziekenhuis keek ik steeds naar die scheve voet en naar mijn tenen die ik nog kon bewegen, wat er supercreepy uitzag.’

(tekst gaat verder onder foto)

Stratings voet na de operatie.

Uit de foto’s die in het Gelre Ziekenhuis worden gemaakt, blijkt dat de talus is gebroken, het bot dat het scheenbeen verbindt met de voet. ‘Dat schijnt een van de moeilijker botjes te zijn om te helen. De bloedtoevoer is precair. Gelukkig was het een clean break en geen verbrijzeling.’ 
Strating wordt geopereerd en mag vier dagen later naar huis. Dat wil zeggen: hij blijft in Zutphen, in dat duurzame huis.

Hoe is dat nou, om alle tijd te hebben om naar de klok te luisteren en naar de vogels te kijken?
‘Het zorgt ervoor dat ik juist dingen wil doen en leren. Ik lees en schrijf veel. Ik was nog maar net samen met mijn vriendin en wilde geestelijk niet inzakken. Ik ben aan haar gaan schrijven, een dagboek gaan bijhouden en podcasts gaan luisteren. Ik speel Scrabble met mijn ouders en krijg veel bezoek. Ik heb zelfs gewerkt. Ik verveel me niet, het is ook een contemplatieve tijd. Het huis is een prettige gevangenis geworden.’ 

Hoe begroet dit huis jouw bezoekers?
‘De ingang is overdekt met een extra stukje muur op het dak. Onder die poort loop je een meter of acht naar de voordeur toe. Het heeft overmaat, maar is niet imponerend. Vriendelijk en niet te statig, door het hout en door de kleuren: groene kozijnen, rode kolommen. En binnen is de ruimte ook royaal, in plaats van een bedompt halletje. Ik denk dat de bezoeker zich welkom voelt.’

Hoe is de zorg die je ontvangt?
‘Goed. Ik krijg vlees, sinaasappels en karnemelk toegediend. Niet te veel, want ik moet wel een beetje lekker blijven. Ik ben ook aan het opdrukken en aan het trainen met gewichten.’

En revalideren? 
‘Dat kan pas als de pinnen uit mijn voet zijn, dan volgt een revalidatieproces bij de traumafysiotherapeut. Het vervelende is dat ze nog niks kunnen zeggen over hoe dat zal gaan en of ik weer goed zal kunnen lopen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het kraakbeen beschadigd is of dat lopen pijnlijk wordt door botsplinters.’

Maak je je daar zorgen over?
‘Nee. Misschien ben ik daar te dom voor, maar ik denk daar niet over na. Ik ben ooit zomaar naar Zwitserland verhuisd, zonder duidelijke voorstelling. Dat heb ik nu ook niet, ik ben niet met scenario’s bezig. Wel was ik gisteren heel droevig om de hele situatie waarin ik niks kan. Ik verlang zelfs naar hardlopen. De afhankelijkheid is vervelend. Tegelijkertijd mag ik niet zeuren, het is een luxe dat mijn ouders me verzorgen. En mijn vriendin is hier in het weekend, al even lief. Onlangs realiseerde ik me: het ergste moment was toen ik onder die boom lag. Sindsdien is er een opgaande lijn.’

Jij zult dit huis in 2021 weer verlaten. Is een bewoner – hoe tijdelijk ook – een blijvend onderdeel van een woning? Of slechts een passant?
‘Dat verschilt. En dan gaat het niet om huur of koop. Er blijft altijd een geest achter, ook al is het een vlek op de muur. Maar dit huis is voor deze bewoners op maat gemaakt en is voor anderen wellicht te specifiek. In doorzonwoningen of portiekflats die er allemaal hetzelfde uitzien, ben je eerder een passant. En wat ik ook vaak zie: mensen denken dat ze enorm zullen treuren om het huis dat ze achterlaten, terwijl ze er nauwelijks meer aan terugdenken als ze eenmaal verhuisd zijn. “Ik kan hier nooit weg,” zeggen ze dan, maar dat is helemaal niet waar. Hetgeen waaraan je verknocht denkt te zijn, kan door de tijd helemaal anders worden.’ 

Op 30 december zijn de pinnen in Stratings voet operatief verwijderd. De architect en zijn ledemaat zijn klaar voor 2021.

Bio ~ Douwe Strating

Beroep: architect
Geboren: Zwolle, 1988
Woonplaats: Rotterdam
Eigen bedrijf: 0 architectuur & ontwerp
Website: www.nularchitecten.nl

In 2020 won Strating de juryprijs van de Nationale Duurzame Huizenroute, categorie woning na 2000 kleiner dan 175 m².