In het Joods Historisch Museum in Amsterdam is tot eind augustus de tentoonstelling Roman Vishniac (re)discovered te bezoeken. Voor mij was het discovered, want ik had de beroemde zwart-wit foto’s van Vishniac uit de jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog nog nooit met aandacht gezien. Vanwege zijn reputatie betrad ik het museum met hooggespannen verwachtingen. De tentoonstelling wist die verwachtingen zelfs te overtreffen. Hoe kan dat?

Twintigste eeuw in beeld

Deels is dat te danken aan de levensloop van de joodse Roman Vishniac zelf. Geboren in 1897, nabij Sint-Petersburg, en overleden in 1990, in New York, maakte hij grote gebeurtenissen in de afgelopen eeuw mee, die hij documenteerde met zijn fotografie. Van de crisis in Duitsland in de jaren ’20, via de opkomst van het nazisme en de verarmde joodse gemeenschappen in Oost-Europa in de jaren ’30, tot de displaced persons in de vluchtelingenkampen die hij na WO II bezocht, tot het leven van de joodse gemeenschap in New York, van wie velen hun wortels hadden in Oost-Europa en Rusland. Verrassend zijn ook de portretten in de VS van Albert Einstein en van Marc Chagall, en zelfs bij de afsluiting van de tentoonstelling – dia’s van microscoopfotografie; eigenlijk was Vishniac bioloog – blijf je als bezoeker geboeid. Tegen die tijd hadden wij al een uurtje of twee door de lens van Vishniac de twintigste eeuw beleefd.

Maar het zou te gemakkelijk zijn om de pracht van de tentoonstelling alleen aan de fotografie toe te schrijven. Ook het museum zelf heeft een goede beurt gemaakt.

bijschriften: ook in herbruikbare boekjes

Wie achtergronden bij de foto’s wil lezen, vindt een schat aan informatie in herbruikbare boekjes met bijschriften. Dat is slim gedaan: krom staan en dringen voor een fotomuur om bijschriften op kniehoogte te lezen gaat meteen tegenstaan. Verfrissend bovendien dat die bijschriften nu en dan de esthetiek toelichten: waarom is een goede foto een goede foto?

De afdrukken presenteren zich heel divers, als geïsoleerde vergroting of juist in rijen opeengepakt op kiekjesformaat, vastgeplakt met fotohoekjes, wat je als bezoeker het gevoel geeft dat je naar albumpagina’s kijkt. Die indruk krijg je ook bij de foto uit 1939 van de moeder van de fotograaf, aan de eettafel in Nice, Zuid-Frankrijk. Onscherp het servies en de bloemen op de voorgrond, daarachter tegen de duisternis, als in de coulissen, het verlichte, vriendelijke en gerimpelde gezicht van de moeder, met ernstige blik en glimlach. Een huiselijk tafereel in een elegante compositie. Op het moment van de foto verkeerde de familie onder de onmiddellijke dreiging van het nazisme; die kennis ontneemt de foto ineens alle lucht.

‘the countries of misery, horror, and suffering’

De haarscherpe foto’s geven je het verbluffende gevoel te kijken naar de wereld van slechts enkele uren geleden. De kindergezichten met grote zwarte ogen onder donkere krullen in morsige kelderwoningen – was het Polen in de jaren dertig, of Syrië, eergisteren? De vitrines met documenten en parafernalia bieden een realiteit van meer dan een halve eeuw oud. Er is een brief van Vishniac aan de Amerikaanse president Roosevelt. Opportunistisch, een handige tactische zet wellicht, maar de woorden ademen desalniettemin de geest waarmee Vishniac zijn werk moet hebben bezield. ‘I take the liberty,’ schrijft hij in januari 1942, twee jaar na zijn vlucht naar de VS, ‘to present you, Mr. President, on your birthday with photographs which I took in Europe, in the countries of misery, horror, and suffering.’ Langzaam groeide het besef dat Vishniac de Europese joden had geportretteerd aan de vooravond van de vernietiging.

journalistiek of geëngageerd?

Als bezoeker beleef je de tentoonstelling op een aangename en leerzame golf, die voert van de schoonheid van de foto’s, via de uitstekende documentatie en achtergrondinformatie, naar de getuigenis van een eeuw. Vishniac werkte voor de American Jewish Joint Distribution Committee (JDC), een hulporganisatie die zijn foto’s handig kon inzetten bij fondsenwerving. Dergelijk werk in opdracht leidt tot vragen over de blik van Vishniac. De foto’s uit de jaren ’20 en ’30 zijn te betrokken om ze journalistiek te kunnen noemen; de historische connotatie is te zwaar om alleen engagement of esthetiek te zien. Toch doet dit niets af aan het moment waarop Vishniac de Europese joden fotografeerde. Wat er zou volgen kon ook hij niet bevroeden. De foto’s brengen de geschiedenis ongemakkelijk dichtbij, als portret van de mens in verdrukking.

Eén kritische noot over de uitvoering van de tentoonstelling: soms zochten we ons suf naar de opvolging in nummers en vitrines. Vooral aan het einde wordt de wandeling van de bezoeker steeds onderbroken doordat de nummering een paar wanden of paden terug wordt hervat. Pijlen ontbreken, waar moeten we naar toe?

Maar dat is een praktisch detail in een overweldigende expositie in beeld en woord. Machtig, aangrijpend, genadeloos. Wat mij betreft nu al de beste tentoonstelling van 2014.