Het sigarettenpakje met de bloed ophoestende vrouw.

Het sigarettenpakje met de bloed ophoestende vrouw.

Sinds enige tijd gebruikt de overheid het sigarettenpakje als middel om roken te ontmoedigen. Eerst gebeurde dat alleen met tekst. In vette, zwarte letters maar doorgaans met een hulpwerkwoord van modaliteit, zoals ‘kunnen’: ‘Roken kan de bloedsomloop verminderen’. Er waren pakjes bij die boude uitspraken deden: ‘Rokers sterven jonger’. Dat is soms waar, dus niet altijd. De uitspraak kan van tafel worden geveegd.

Inmiddels gaat de tekst op het pakje vergezeld van beeld. Onder het motto ‘één foto zegt meer dan duizend woorden’ zal de redenering zijn dat waar het woord een discussie over de werkelijkheid kan uitlokken, het beeld voor zich spreekt. Maar zo gemakkelijk komen de foto’s op de sigarettenpakjes er niet van af.

Rode druppel

Een paar dagen geleden, op een ochtend na bezoek, vond ik op onze vensterbank een sigarettenpakje met daarop een foto van een vrouw die bloed ophoest. ‘Roken beschadigt uw longen’, staat eronder. De vrouw hoest boven een papieren zakdoek. Het haar, ongekamd en met wat slierten, moet bedlegerigheid suggereren. Ze draagt iets wits en wijds, dat het midden lijkt te houden tussen een ziekenhuishemd en een badjas. De mond is beschaafd geopend, de tong steekt er zuinig uit, maar de afwerking oogt gedetailleerd: de onderste rand van de tong is bebloed en aan de onderlip kleeft een rode druppel. Alleen het heldere, schone speeksel dat in het gootje van de tong glinstert verraadt een gezonde borstkas. De wangen hebben een vitale blos en de oogleden zijn keurig opgemaakt. De vrouw fronst en kijkt met een mengeling van ongeloof en afkeer naar de zakdoek, waarop zich rozerode vlekken aftekenen.

Wat gaat hier fout? Niet het roken, geloof ik. Van mijn grootvader die begin jaren negentig in het ziekenhuis in Stadskanaal overleed aan een hartinfarct herinner ik me vooral een piepende ademhaling en nu en dan een rochelende hoest, eindigend in dezelfde piep. Hij had jarenlang sigaren gerookt. Ik ruik nog de tabak en het hout van het doosje, vermengd in een vochtig-koel keukentje met gordijntjes voor de kastjes onder het aanrecht. Mijn andere grootvader is overleden aan longkanker. Ik was er zelf niet bij, maar wat ik erover heb gehoord is dat hij op het einde van zijn leven een ongewoon hese stem kreeg.

Polonium

Naast de hoestende vrouw liggen tegenwoordig andere patiënten in het schap: bewusteloze mannen met ontblote borstkassen die zijn aangesloten op allerhande apparatuur, opengesperde blinde ogen, afgestorven tenen. Op internet zag ik zelfs een afbeelding van een longkankerpatiënt die er in zijn ziekenhuisbed nog minder appetijtelijk bij lag dan Aleksandr Litvinenko na diens kopje poloniumthee. Onaangenaam om te zien, ja, maar dat hoeft geen belemmering te zijn. We betalen ook graag voor horrorfilms. De scènes op de foto’s overschreeuwen zichzelf, waardoor degene die het pakje rookwaren in handen heeft als vanzelf naar de modaliteit van het beeld gaat zoeken. Klopt dit wel? Kan dit wel?

Toen ik de boven een zakdoek hoestende vrouw zag moest ik denken aan de negentiende en vroeg-twintigste eeuw, aan tuberculose, aan sanatoria en aan verzoening met een bitter lot. In april 1920 schrijft Franz Kafka in een brief aan Milena Jesenská, zijn geliefde, hoe de tbc zich een paar jaar eerder bij hem had gemanifesteerd:

Am morgen kam zwar die Bedienerin (…), ein gutes, fastaufopferndes, aber äußerst sachliches Mädchen, sah das Blut und sagte: ‘Pane doktore, s Vámi to dlouho nepotrvá.’ (Herr Doktor, mit Ihnen dauert’s nicht mehr lange.’)

Vertaling:
Wel kwam ’s morgens de meid (…), een goed, haast opofferend, maar uiterst zakelijk meisje, zij zag het bloed en zei: ‘Pane doktore, s Vámi to dlouho nepotrvá.’ (vertaald uit het Tsjechisch: ‘Doctor, met u duurt het niet lang meer.’)

Vertaling: Jos Perry (uit: Ernst Pawel, ‘Het leven van Franz Kafka’, Van Gennep, 1986).

In plaats van ‘Roken beschadigt uw longen’ zou er ‘Met u duurt het niet lang meer’ als onderschrift op de pakjes kunnen staan. Propaganda die om zichzelf kan lachen laat zich beter verteren. Maar zo gaat het vooralsnog niet: de vrouw op het sigarettenpakje moet in alle ernst haar werk doen. Daardoor ontroert ze me. Ze is een actrice, en het is haar rol om de ellende en de ontzetting van de patiënt uit te drukken. Maar de vrouw gaat ons niet aan; zij is zomaar iemand die ons met een paar welgemikte ketchupvlekken aan het wankelen moet brengen.

Sigarenkistje

Van mijn opa die aan een hartinfarct is overleden heb ik alleen nog zijn portemonnee, die ik eerst in mijn nachtkastje en inmiddels in een bureaulade bewaar. Ik doe de portemonnee af en toe open om erin te ruiken, tijdens het eerste jaar na zijn dood dagelijks, wekelijks, maandelijks, totdat ik nu, meer dan twee decennia later, de portemonnee alleen nog uit de lade pak als ik hem toevallig zie liggen. De kracht van de geur is er niet minder om geworden. Wanneer ik de drukknoop losmaak en het bruine leer openvouw ruik ik alles aan mijn grootvader weer: zijn grijze, dun geworden haar, het keukentje met de gordijntjes, het sigarenkistje.

En dan weet ik, in alle eenvoud van de herinnering aan mijn opa die aangekleed op het ziekenhuisbed zit, ook onmiddellijk weer waaraan hij gestorven is.