Maagdenhuis, UvA, 26 februari 2015

‘Het is in ieder geval positief dat minister Bussemaker de studenten gelijk geeft, en dat ze het erover eens zijn dat het rendementsdenken moet worden afgeschaft.’ De docente Frans nam een slok wijn en stak een kaasstengel in de mond. Ik ontmoette haar gisteren op een borrel van een gezamenlijke vriendin. Wanneer ze glimlachte gingen haar mondhoeken naar beneden, en ze droeg een vriendelijk-eigenwijze kin, als die van Reese Witherspoon.

denken kun je niet afschaffen, faciliteiten wel

Ik dacht aan de boze spandoeken aan de gevels van de Universiteit van Amsterdam, aan de wanhoop van Louise en aan de tanden van Bussemaker. Hoe bestaat het dat je op een lukrake nawinterdag een club actievoerders doodgemoedereerd gelijk geeft als het hogeronderwijsbeleid tien, vijftien, twintig jaar vol overtuiging in tegenovergestelde richting is gestuurd door je voorgangers en door jezelf?

Natuurlijk kan dat; als politicus is het je raison d’être om tegenstrijdigheden te ontkennen en te midden van de verwarring een glansrol voor je op te eisen. Wat je precies zegt doet er dan niet eens zoveel meer toe, getuige het optimisme over wat als knieval van Bussemaker wordt beschouwd.

Maar rendementsdenken verander je niet met de verklaring dat het daarmee maar eens afgelopen moet zijn, net zo min als je racisme of antisemitisme kunt afschaffen. Je kunt het strafbaar stellen, al zal dat voor rendementsdenken in een kapitalistisch systeem lastig liggen. Wat je wel kunt afschaffen zijn de faciliteiten: slavernij bijvoorbeeld, of in het onderhavige geval rendement als relevante rekensom. Dan kan iedereen geleidelijk leren te accepteren dat sommige wetenschappen nu eenmaal geld zullen kosten.

Kritiek niet helder verwoord

De bezetters van Bungehuis en Maagdenhuis hebben een ander communicatief probleem. Zonder perswoordvoerder en verenigd (of juist niet) in ettelijke subgroepjes weten zij hun kritiek nauwelijks helder te verwoorden. De studenten en de pers cirkelen rond twee kernbegrippen: ‘democratisering’ en het reeds genoemde ‘rendementsdenken’. Wat deze nominalisaties ook al weer concreet inhouden lijkt niemand helemaal helder voor ogen te staan. In de media worden de begrippen op velerlei wijzen uitgelegd, en zelfs gereduceerd tot verzet tegen beleid waarbij ‘het alleen maar draait om papers en studiepunten’. Vaagtaal van de bovenste plank. Spandoeken die bol staan van de spelfouten – het rendementsdenken lijkt bij de geesteswetenschappen zijn tol al te eisen – leiden daarbij alleen maar af.

‘We moeten een middenweg vinden’

Ondertussen hebben de docenten hun eigen agenda’s. De kleine talenstudies zijn de afgelopen decennia in een hoek gedreven. Stilaan werd er bezuinigd, studies werden samengevoegd of gingen op in brede bachelors. Sommige kleine studies hebben elkaar de afgelopen jaren opgezocht om binnen de opgelegde verbreding de samenwerkingsmogelijkheden te verkennen. ‘Willen we blijven bestaan,’ zo vertelde een opleidingshoofd me, ‘dan kunnen we niet anders. We moeten een middenweg vinden.’ Dit opleidingshoofd beschouwt de fundamentele discussie over het bestaansrecht van afzonderlijke kleine (talen)studies als een gepasseerd station; zaak is om te redden wat er te redden valt.

Slechte raadgevers

Een van de bondgenoten van het opleidingshoofd sprak zich onlangs bij Nieuwsuur uit voor het studentenprotest, en tegen het zogenaamde Profiel 2016. Dit model zou veel te ver voeren, hoewel verandering en verbreding niet per se synoniem zouden zijn voor verslechtering. Het twitteraccount van deze professor ventileert vooral halfhartige bemoedigingen. In een en dezelfde tweet stellen dat bezetting niet jouw keuze is maar dat je de bezetters wel steunt, roept vooral het poldermodel in herinnering. Ironisch genoeg kiest de professor daarmee op een bepaalde manier een middenweg.

Samen met het opleidingshoofd wandelde ik vorige week op een avond langs het Maagdenhuis. De klinkers op het Spui glommen van de regen en de kou. Het opleidingshoofd durfde niet naar binnen.

Comfort en angst zijn slechte raadgevers. Dat geldt overigens ook voor ongeorganiseerde woede en image building.

Die rendementscocktail blijft nog wel even gisten. Ergens in het midden.

Lees ook:
Eindeloos uitwaaieren in studies zonder focus >>