Infinity, de lp van Yann Tiersen.

Infinity, de lp van Yann Tiersen.

Op de eerste dag van mijn kerstvakantie ontving ik een brief van vriend R. Regenachtige duisternis bepaalde de dagen. Op de enveloppe was de inkt uitgelopen; het adres was veranderd in een groezelige vlek. In de enveloppe zat een usb-stick. Het stelde me gerust dat er na 1990 nog mensen zijn geboren die met een vulpen schrijven en de posterijen gebruiken om een bestand te verspreiden.

Op de usb-stick stond een liedje. Terwijl de computer het afspeelde ruimden geliefde S en ik de boodschappen op. En dat was een slecht idee. Wat we hoorden begon als volgt:

So here we are
Under London’s glass and granite arms as they reach for the half moon
Me a blood of boldness and booze
And the rust-haired
Polka-dot breeze of you stands stuck to the street in cool shoes

Geen teksten om ondertussen met tassen te ritselen en kastdeuren te slaan. Ik was meteen de draad kwijt. Maar de stem van Aidan Moffat klinkt alsof je naar een aflevering van Taggart kijkt, zonder politiecommissarissen en moordenaars maar met een ander soort mens, een Noords type als de belichaming van een ruwe vervaging.

Meteorites, zoals het liedje heet, bleek afkomstig van een album van Yann Tiersen met de naam Infinity. Op het omslag staat een Noordelijk landschap in blauw schemerdonker. Op Spitsbergen maakten wij ook zulke foto’s, maar dan in het volle licht. Geliefde S heeft er een hele zomer doorgebracht. In de zonnige nachten vlogen de papegaaiduikers en kleine alken om ons heen. Op dagen dat het waaide leek het wel min twintig. Voor Infinity schreef Tiersen in het Engels, IJslands en Faeröers. Infinity leek gemaakt voor een Nederlandse noorderling met het Noorden sinds Spitsbergen voorgoed op het kompas.

‘Wie koopt er nog cd’s?’

Verder dan een prettige associatie met het Noorden en die ruwe vervaging kwam ik maandenlang niet. Tiersen maakt experimentele muziek. Vriend R is fan; ik niet per se. De brief en de usb-stick bleven onbeantwoord op mijn bureau liggen. Het nieuwe jaar begon, het werd lente, zomer, maar toen het weer herfst werd, inmiddels bijna twaalf maanden geleden, trok de herinnering me weer naar de usb-stick. Ik moest Tiersen een kans geven, en wel met het volledige Infinity.

Een probleem diende zich aan: welke geluidsdrager? Een normaal mens zet tegenwoordig Spotify op, maar ik wil iets vasthouden, een hoes, een boekje, teksten en foto’s. Mijn kleine Sony-stereotoren doet nog dankbaar dienst.

‘Wie koopt er nou nog cd’s?’ zei geliefde S.
‘Ik,’ wilde ik zeggen. En dat klopte. Af en toe schafte ik muziek aan en als ik dat deed was het op cd. Maar sinds enige tijd knaagde de twijfel.

Sloeberige yuppen

Om de cd heen kristalliseren twee vormen zich uit: je hebt de cloud, en je hebt vinyl. Mijn vader had het vroeger gewoon over elpees, maar in de Randstad draai je tegenwoordig vinyl. Zelfs vriend Y heeft, toch al met rossige baard en houthakkersblouse, het Nieuwe Muziekluisteren omarmd.

Een hipster vindt vriend Y zichzelf niet, eerder een sloeberige yup. Met sloeberige yuppen bedoelt hij afgestudeerden die tijdens het wachten op een sociale huurwoning al te veel zijn gaan verdienen om daarvoor nog in aanmerking te komen en te weinig voor een hypotheek. De sloeberige yup huurt in de vrije sector, maar wel met een kortingsregeling of met drie huisgenoten. En dan kan het allemaal net.

Vriend Y is zo sloeberig dat hij met de tweedehands jarennegentig-Mercedes die hij met zijn huisgenoten deelt zijn afgedankte Crosley-platenspeler wilde komen langsbrengen. U weet wel, dat koffertje dat eruitziet alsof het rechtstreeks uit de jaren zeventig komt en waarmee je met je vinyl in het park lekker hipster kunt liggen wezen. In Y’s schoonfamilie was op zolder een echte platenspeler afgestoft, dus het koffertje, meer hip dan goed, mocht weg. Een half uur voordat Y van huis ging bedacht hij dat hij met de auto niet kon drinken, daarom kwam hij toch maar op de fiets. Met Crosley en al.

En toen zat ik ermee. Met vinyl van Tiersen en dus met die Crosley. Ik moet toch eerst het Nieuwe Muziekluisteren uitproberen voordat ik een vermogen ga uitgeven aan een betere platenspeler. Maar toch. Betekent eenmaal aan de Crosley, altijd aan het vinyl?

Eindeloze playlists

Aan de cd kleven de jaren negentig, op zichzelf al geen aanbeveling. De cd is te fysiek voor de mens uit het usb-tijdperk, en de levensduur die ons werd beloofd over het schijfje schijnt toch aan decompensatie onderhevig. Spotify dan: heel handig, maar de cloud is onstoffelijk. De eindeloze playlists maken de luisteraar blasé. Voor wie behoefte krijgt aan een autoriteit die de grenzen bewaakt, omdat het bepalen van selectie en volgorde nu eenmaal voorbehouden zou moeten zijn aan het creatieve scheppingsproces – hail, broadcasting! – is vinyl het alternatief. Lp’s zijn bovendien prettig aanwezig, voor het tactiele plezier.

Vinyl is niet terug, vinyl is nooit weggeweest. Hanteerbare muziek is veredeld in de oneindigheid van de cloud. En de cd? Die heeft nooit bestaan, of was hoogstens een meteoriet.